beschouw een vaste spiegel, en een beweegbare spiegel. Beschouw ook een chopper, die de invallende stralenbundel in tweeën splitst.
De stralenbundel wordt dus in twee gesplitst, waarbij de ene bundel naar de vaste spiegel gaat, en de tweede bundel naar de beweegbare spiegel. Beide komen weer samen en zullen dus interfereren (superpositie). Naargelang het wegverschil, het verschil in afstand afgelegd tussen de twee stralenbundels, treedt er versterking of verzwakking op.
Het bekomen interferogram, dus het verloop van de intensiteit van de interferentiebundel ifv het wegverschil, wordt dan bij FTIR omgezet in het IR spectrum via een Fourier-transformatie.
Die tau, dat is denk ik het wegverschil, maar dan in de tijd. Mja, tau is ook maar een letter he, ik weet dus niet wat jij daar mee bedoelt.
In een interferometer wordt de bundel niet door een chopper in twee gesplitst, maar door een halfdoorlatende spiegel. Zie ook Michelson-interferometer op Wikipedia
uiteraard moet de lichtbundel door een monster gaan...
@rwwh: in mijn cursus staat toch bij FTIR dat er gebruik wordt gemaakt van die Michelson interferometer. En het is de interferentiebundel (dus na de halfdoorlaatbare spiegel) die door het monster gaat en het bekomen interferogram wordt na Fourier-transformatie omgezet in een "normaal" IR absorptiespectrum.