Ik heb op school een proef gedaan; titratie met natronloog.
Nu is natronloog 0,1 M.
We moesten 4x titreren (en nog een keer voor controle, dus eigenlijk 8x)
1. met methylrood als indicator
--> 0,1 M zoutzuur met 0,1 M loog
--> 0,1 M azijnzuur met 0,1 M loog
2. met fenolftaleïne als indicator
--> 0,1 M zoutzuur met 0,1 M loog
--> 0,1 M azijnzuur met 0,1 M loog
Mijn resultaten van de titratie:
1. met methylrood als indicator
--> 0,1 M zoutzuur met 0,1 M loog : 15,3 ml loog getritreerd (2e keer:15,1)
--> 0,1 M azijnzuur met 0,1 M loog : 15,2 ml loog getritreerd (2e keer:15,0)
2. met fenolftaleïne als indicator
--> 0,1 M zoutzuur met 0,1 M loog : 15,2 ml loog getritreerd (2e keer:16,2)
--> 0,1 M azijnzuur met 0,1 M loog : 16,2 ml loog geritreerd (hoewel deze wel iets te roze was) (2e keer: 16,0)
Nu is de opdracht om de verschillen weer te geven en te berekenen tussen beide indicatoren. En dan uiteindelijk zeggen welke indicator niet juist is om hier te gebruiken.
Wat ik weet:
(fenolftaliëne omslagtraject ph 8,2-10)
(methylrood omslagtraject ph 4,8-6,2)
Nu loop ik vast, want hoe moet ik dit doen? Ik heb geen ph gemeten ofzo, maar zou ik deze moeten uitrekenen met de pOH en dan uiteindelijk de ph? En dan vergelijken met de omslagtrajecten van de indicatoren? Zou ik dan als concentratie van OH- die 0,1 moeten gebruiken? Maar dat is dan overal hetzelfde. Wat moet ik dan met die ml's doen? Omrekenen naar concentratie?
Puzzels