Ik ben bezig met een stuk over lineaire afbeeldingen, ik snap echter weinig van de definitie en de bijhorende voorbeelden. Dus indien iemand deze even zou willen verduidelijken, zou dit zeer gewaardeerd worden.
"Definitie:
Zij (R, V, +) e, (R, W,+) vectorruimten.
We noemen een afbeelding L: V -> W lineair als
∀v1, v2 ∈ V, ∀ A, B ∈ R: L(A.v1 + B.v2) = A.L(v1) + B.L(v2)
m.a.w. L "schuift" door lineaire combinaties.
Indien L lineair is en bijectief is, noemt men L een isomorfisme. Als er een isomorfisme bestaat van V naar W, dan noemt men V en W isomorf. Een lineaire afbeelding L: V -> R noemt men een lineaire vorm of lineaire functionaal. Een lineaire afbeelding L: V -> V noemt men een lineaire transformatie van V."
Voorbeelden:
1) Zij I een open interval en noteer C1(I) de verzameling van de functies f: I -> R die een continue afgeleide hebben minstens van de eerste orde; noteer met C(I) de verzameling van alle continue functies van I naar R. Beide verzamelingen zijn een vectorruimte voor de puntsgewijze bewerkingen op functies. De afbeelding
D: C1(I) -> C(I): f |-> Df = f' is lineair.
Merk op dat dit een equivalente manier is om rekenregels weer te geven. Die rekeneigenschappen van de afgeleide worden precies daarom de "lineariteitseigenschappen" van de afgeleide genoemd.
2) Zij (R, Rrij, 0) de vectorruimte van de rijen in R. Beschouw de afbeelding
Δ: Rrij |-> Rrij: y = (yn)n |-> Δy met (Δy)n = yn+1 - yn noemt men de (eerste orde) differentie-operator. De rij Δy noemt men de (eerste orde) differentierij van de rij y. Men kan gemakkelijk nagaan dat Δ lineair is.
3) Zij B = {v1 , ..., vn} een basis van een n-dimensionale vectorruimte (R, V, +). De coördinaatafbeelding
Cob: V -> Rn: v |-> Cob (v) = (x1, ..., xn)
Is een isomorfisme tussen (R, V, +) en (R, Rn, +). Eigenlijk betekent dit dat de vectorruimte (R, Rn, +) het prototype bij uitstek is van een n-dimensionale vectorruimte.
Puzzels