@sven
Welk deel van Getal en Ruimte gebruik je (ook welke druk)? Je schrijft:
sven92 schreef: ↑zo 03 jun 2012, 18:09
En in het boek Getal en ruimte geven ze als bewijs
N op k, dus d(N, AB) = d(N, AC)
N op l, dus d(N, AB) = d(N, BC)
dit geeft samen: d(N,AC) = d(N,BC)
Zoek eens in je boek de definitie van een biss van een hoek ...
Het bewijs:
Als je weet dat de afstand van een punt N evenver van AB en AC ligt en ook evenver van AB en BC, dan kan je een cirkel tekenen met N als middelpunt en
die afstand als straal. Wat 'zie' je dan ... , welke lijnen raakt de cirkel?
Daarvoor moet je je tekening heel precies maken.
Belangrijk: d(N,AB) is de verkorte schrijfwijze (notatie) van: de afstand van het punt N tot de lijn AB (dus niet het lijnstuk AB)