Graag wil ik een oud onderwerp oud de kast halen en er een nieuw jasje aan geven. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, ik vind geen van de bewijzen van de stelling van Pythagoras een bewijs en ik vind het ook een natuurkundige stelling. Dan krijg ik het commentaar ‘wat heb je tegen een plaatjesbewijs?’. Wat ik ooit heb geleerd en me altijd is bijgebleven is dat een plaatje nooit een bewijs kan leveren en daar sta ik helemaal achter.
Het volgende verhaal neem ik even letterlijk over van een forum waar ik dit eerder heb gepost met prima commentaar dat na een tijdje jammer genoeg ophield.
Stel je wilt een definitie geven van de afstand d(X,Y) (voor het gemak van RxR naar R tussen een punt P=(a,b) en de oorsprong O=(0,0) z.d.d. na spiegeling over een lijn y=qx (Alles even eenvoudig gehouden) de afstand hetzelfde blijft dus d(P,O)= d(P’,O) (Voor de bepaling van het spiegelbeeld is de stelling van Pythagoras niet nodig) dan geldt als mogelijkheid d((a,b),(0,0)) = f(a^2 + b^2) met f als willekeurige functie. d((a,b),(0,0)) voldoet dus aan de eis (Na enig rekenwerk). Maar nu andersom, als een afstandsfunctie
d((a,b),(0,0)) invariant is (Ik weet niet of deze term hier passend is) t.a.v. de spiegeling over een lijn geldt dan dat d((a,b),(0,0)) = f(a^2 + b^2) (Het vermoeden) of zijn er misschien meerdere mogelijkheden en is de eis dat d((a,b),(0,0)) invariant is t.a.v. een lijnspiegeling wellicht niet voldoende?
Het abstracte verhaal staat natuurlijk in verband met het dagelijks leven. Als ik mijn fiets oppak en draai (Rotatie) of verplaats (Translatie) dan neem ik zonder meer aan dat de lengte van de spaken nog hetzelfde is. Spiegelen is wel een beetje lastig met de fiets. De meetlat ondergaat natuurlijk wel dezelfde handeling dus die is eigenlijk niet onafhankelijk.
Is het ook niet zo dat als we het bovenstaande verhaal in gedachte nemen de stelling van Pythagoras eigenlijk een natuurkundige stelling is en niet een wiskundige en hoort hij daarom niet in de eerste plaats thuis in de natuurkundeles? Heeft iemand een idee hoe het bewijs te leveren dat f(a^2 + b^2) de enige oplossing is of misschien niet? Een bijkomende eis is natuurlijk dat als b=0 dat d((a,b),(0,0))=d((a,0),(0,0))=a dus dan wordt f(x)=x^1/2 ofwel d((a,b),(0,0)) =
(a^2 + b^2)^1/2. Is het bovenstaande verhaal misschien al helemaal bekeken en beschreven en uitgewerkt of raak ik hier iets nieuws met dit vermoeden?
Elke reactie is welkom.
Puzzels