De onderzoekers zetten een experiment op. Ze trokken naar de Zuidelijke Oceaan en lieten er in het voorjaar (op het zuidelijk halfrond is de zomer dan net ten einde) ijzer los. Per vierkante meter voegden ze 1/100 gram ijzer aan het water toe. Daarmee wilden ze de groei van fytoplankton bevorderen. Fytoplankton groeit namelijk door ijzer. Een tekort aan ijzer is vaak de reden dat de groei beperkt blijft. Door ze meer ijzer te geven, kunnen ze beter groeien en tijdens die groei nemen ze koolstof op.
De gedachte is dus: meer ijzer in de oceanen pompen, dan groeit fytoplankton beter en neemt het dus meer koolstof op. Grote vraag was echter hoelang dat koolstof vervolgens in de oceanen bleef. Stel dat het na de dood van fytoplankton weer vrijkwam, dan was het vergeefse moeite. IJzer in de oceanen loslaten, heeft alleen zin als we daarmee koolstof gedurende lange tijd kunnen opsluiten.
Het nieuwste experiment wijst er voorzichtig op dat dat laatste zeker mogelijk is. Vooral kiezelwieren deden het door toedoen van ijzer heel goed. En zij groeiden niet alleen sterk, ze bleken koolstof ook gedurende lange tijd in de oceaan op te kunnen sluiten. “We waren in staat om aan te tonen dat meer dan 50 procent van het plankton naar een diepte groter dan 1000 meter zakte en dat wijst erop dat de koolstof die ze in zich hebben diep in de oceaan en in de sedimenten op de zeebodem kan worden opgeslagen,” stelt onderzoeker Victor Smetacek. Koolstof zou daar zeker meer dan 100 jaar opgesloten zitten.
Lees hier verder...
Bron: Scientias
Wetenschappelijk artikel: Nature
Microscopie kiezelwier

(Bron)
Puzzels