Zijn dat excessen, of is er sprake van een dergelijke situatie over de hele linie?
Als je kijkt naar waaraan zorggeld besteed wordt dan zie je een behoorlijk aandeel van curatieve zorg (waar bovenstaande onder zal vallen), een klein beetje aan preventie, maar vooral een enorme bult aan 'langdurige zorg', met name onder oudere vrouwen. Dit zijn de kosten voor verpleeghuizen waar men niet bezig is met mensen te genezen, maar vooral met ze te onderhouden (in brede zin).
Je kunt je afvragen of je dat laatste als 'ziektekosten' moet tellen. Niet dat die mensen niet ziek zijn, maar het merendeel van de kosten komt op een gegeven moment voort uit verpleging die lijkt op een bejaardenhuissituatie, en vloeit niet voort uit medische zorg in de zin van behandeling van ziekte.
De basisverzekering zoals die op dit moment door zorgverzekeraars wordt aangeboden kan inderdaad worden afgeschaft en als taak door de overheid op zich worden genomen. De voordelen zijn nog groter dan in de stelling al is genoemd. Het levert namelijk ook een enorme besparing aan administratieve lasten bij alle zorgverleners / zorgaanbieders die nu jaarlijks contracten met de verschillende zorgverzekeraars moeten uit onderhandelen en bij de Nederlandse Zorgautoriteit die op dit circus toezicht moet houden.
De angst bij sommigen is misschien dat dit leidt tot kostenstijging door een inefficiënte overheid, maar concurrentie op basiszorg zoals die in het huidige systeem wordt beoogd, zal om een aantal redenen niet gaan functioneren:
1. Concurrentie op het verzekerde pakket is niet mogelijk, omdat de overheid dit samenstelt.
2. Concurrentie op de kwaliteit van de ingekochte zorg is:
A. in principe ongewenst, omdat goede kwaliteit van zorg de norm is.
B. tot nu toe niet mogelijk geweest, omdat de kwaliteit niet te meten was en op het moment dat dit wel mogelijk is (met behulp van kwaliteitsindicatoren) ook prima door de overheid als instrument te hanteren is zonder zorgverzekeraars.
C. in veel gebieden in Nederland uberhaupt niet mogelijk, omdat er onvoldoende zorgverleners beschikbaar zijn om met elkaar te concurreren, zeker op het platteland.
3. De grote verzekeraars op de Nederlandse markt: Achmea, Menzis, CZ en VGZ gezamenlijk zo'n groot markt aandeel hebben, dat er een grote kans is op kartelvorming i.p.v. concurrentie.
Het enige succes was zorgverzekeraars tot nu toe hebben bereikt is de verlaging van de geneesmiddelprijzen. Dit succes is echter eenmalig. De prijzen zijn nu laag en veel apotheken staan aan de rand van faillisement, dus daar is geen besparing meer te behalen. Als je bovendien naar de dalende trend van geneesmiddelprijzen in de jaren daarvoor kijkt, dan is het niet onwaarschijnlijk dat de overheid ditzelfde resultaat had weten te bereiken. Wat overblijft is veel onvrede bij mensen die constant andere merken geneesmiddelen krijgen geleverd.
Bij de tandartsen is het experiment van vrije prijzen alweer na een jaar afgeschaft, dus ik zie niet welke klappers zorgverkeraars nog zouden kunnen gaan maken ten gunste van de consument.