Dat heeft te maken met
Artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Die regelt de aansprakelijkheid van de bestuurder van een motorrijtuig bij een aanrijding met een niet-motorrijtuig (fietser/voetganger/etc). Sterker nog: in principe gaat het om de
eigenaar die verantwoordelijk is voor de gedragingen van de bestuurder als hij/zij dat niet zelf is. Als ik dus mijn auto zou uitlenen aan mijn vriendin en
zij heeft een ongeluk zoals jij hierboven beschrijft, ben
ik aansprakelijk, en moet ik dat weer op haar verhalen.
Verborgen inhoud
nu gaat dat uit dezelfde portemonnee, maar het gaat ff om het principe
Belangrijk is wel, zoals in lid 1 staat
... de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is.
Verder weegt nog mee dat indien de zwakke deelnemer ouder is dan 13 jaar en "aan opzet grenzende roekeloosheid" te verwijten valt, een beroep gedaan kan worden op
6:101 BW. De bestuurder moet echter aantonen dat de zwakke deelnemer fout gehandeld heeft en er wordt altijd minimaal 50% van de schade van de zwakke deelnemer vergoed. Volgens mij is dit met als redenering dat de zwakke deelnemer vaak geen verzekering heeft om op terug te vallen terwijl de bestuurder altijd minimaal WA verzekerd is.
Belangrijk punt in dit alles is wel het gevoel van omgekeerde bewijslast: als automobilist moet je maar aantonen dat iemand zijn fiets voor je wielen heeft gegooid, zogezegd. Jij doet niets fout, maar bent toch de sigaar. De wet gaat er echter niet vanuit dat er opzet in het spel is (van beide kanten niet) en moet dus érgens een uitgangspunt hebben.
Dat uitgangspunt is dus de aansprakelijkheid bij de bestuurder neerleggen. Hiervoor is gekozen omdat het besturen van een motorvoertuig altijd een gevaar met zich meebrengt ('bedrijfsgevaar') en de bestuurder moet zich dus meer bewust zijn van de impact op zijn omgeving dan een fietser of voetganger. Simpel gezegd: met een fiets rij je geen deuk in een automobilist (persoon), terwijl je met een automobilist wel een deuk rijdt in een fietser (persoon).