Goeienavond,
ik heb morgen een examen practicum biochemie-fysiologie en 1 van de practica was het uitvoeren van een chromatografische scheiding van plantenpigmenten. Nu, op 1 van de voorbeeldexamens wordt volgende vraag gesteld:
Bij een papierchromatografische scheiding van aminozuren gebruiken we hexaan als loopmiddel. Rangschik volgende aminozuren in oplopende afstand vanaf het startpunt na een half uurtje chromatografie.
Serine - Tyrosine - Valine
Mijn idee was om te kijken naar het feit of het aminozuur polair/apolair is en te vergelijken met hexaan (apolair). Maar ik weet niet goed wanneer het aminozuur juist verder zal worden meegenomen (apolair/polair?) of juist in het begin van de scheidingskolom wordt afgezet? Of pak ik dit volledig verkeerd aan.
Alvast bedankt
Puzzels