Zoals je waarschijnlijk weet vertrekt de speciale relativiteitstheorie vanuit het postulaat dat de lichtsnelheid voor alle niet versnellende waarnemers (= waarnemers met een constante snelheid) hetzelfde is. M.a.w. zowel de waarnemer op het perron (beschouwd als stilstaand als de reiziger op de trein (met een zekere snelheid) meten beide dat eenzelfde lichtstraal een snelheid heeft van +/-300.000 km/s. Vanuit dit postulaat worden volgende twee zaken afgeleid:
- Niets kan sneller bewegen dan het licht
- Hoe sneller je beweegt des te trager gaat de tijd.Of exacter een waarnemer ziet een ten opzichte van hem bewegende klok steeds trager lopen naarmate de klok sneller gaat.
In het extreme geval dat de klok de lichtsnelheid heeft staat deze stil.
Aangezien de tijd (tijd en klok zijn immers synoniem in de SRT) steeds trager gaat lopen en zelfs stopt, is het natuurlijk verleidelijk om je afte vragen wat er gebeurd als de snelheid hoger wordt als de lichtsnelheid. een populair antwoord is dan, door extrapolatie, dat de tijd achterwaarts gaat of de klok teruggaat in de tijd. Niet het antwoord is het probleem maar wel de vraagstelling. Deze is immers zinledig (non-sens) binnen het kader van de SRT.er wordt immers voorbijgegaan aan de eerste gevolg van het postulaat, namelijk dat niets sneller kan als de lichtsnelheid.
Verwerp je deze conclusie dan moet je ook de tweede conclusie verwerpen en gaat de extrapolatie niet op.
Eigenlijk komt de vraag op hetzelfde neer als wat gebeurd er als de temperatuur onder het absolute nulpunt daalt. Ook deze vraag is betekenisloos want de grootheid temperatuurstart maar vanaf dit nulpunt.