is het lezen van dit boek voor mij hetzelfde als voortdurend gedwongen aardappelpuree te moeten eten (daar houd ik ook niet van)
hahha
Moderator: Rhiannon
is het lezen van dit boek voor mij hetzelfde als voortdurend gedwongen aardappelpuree te moeten eten (daar houd ik ook niet van)
- het verwerken van waarneming;Dick schreef:Bewustzijn = waarneming, is dat niet net zoiets als zeggen 'naar je werk rijden' = 'auto rijden'. Ik heb het idee dat er twee dingen aan elkaar gelijkgesteld worden die eigenlijk ongelijk zijn aan elkaar: het eerste omvat het tweede.
Bewustzijn is volgens mij:
- het verwerken van waarneming;
- het interpreteren/ordenen van waarnemingsgegevens;
wat zal resulteren in:
- zelfbesef, emoties, motivaties;
- een idee, 'verhaal', visie op de wereld/werkelijkheid waar je deel van bent.
Sorry dat ik zo inbreek in een discussie die al lang gaande is, maar de bijdragen doorscannend, zag ik vooral een heel technisch verhaal voorbij komen. Terwijl het bezwaar toch voor de hand ligt - zie hierboven.
Als je nou eerst eens ingaat op de kritieken die al gegeven zijn? De grote lijnen van wat Jarsin in zijn boek vertelt, komen heel erg overeen met wat honderden wetenschappers al jaren eerder zeiden. Je hersenen nemen waar wat er om je heen gebeurt en wat zich in de hersenen zelf afspeelt. Vervolgens kun je je van een deel daarvan bewust worden. Dit is niets nieuws. Doordat Jarsin al deze voorgaande theorieën volgens mij niet of maar zeer beperkt begrijpt, denkt hij iets nieuws bedacht te hebben. Vervolgens bedenkt hij allerlei ingewikkeld aandoende termen om zijn theorie een eigen uiterlijk te geven. Dan gaat hij de fout in door ervan uit te gaan dat hij nu weet wat bewustzijn is, terwijl hij op dit punt alleen nog maar kan 'weten' waar het bewustzijn de informatie vandaan haalt. Vervolgens gaat hij aan de hand van deze aanname (die dus nergens op gebaseerd is) verder theoretiseren. De details van zijn onkunde geef ik je wanneer ik het boek uit heb, maar zoals ik al zei, gaat dit niet zo vlug.Je hebt het over zijn "...kromme aannames en conclusies, zijn zelfbedachte termen, de grammaticale fouten en zijn overduidelijk gebrekkige kennis...". Kun je misschien voorbeelden geven? Ik krijg de indruk dat je bevooroordeeld bent.
Een aantal concrete vragen:Als je nou eerst eens ingaat op de kritieken die al gegeven zijn? De grote lijnen van wat Jarsin in zijn boek vertelt, komen heel erg overeen met wat honderden wetenschappers al jaren eerder zeiden. Je hersenen nemen waar wat er om je heen gebeurt en wat zich in de hersenen zelf afspeelt. Vervolgens kun je je van een deel daarvan bewust worden. Dit is niets nieuws. Doordat Jarsin al deze voorgaande theorieën volgens mij niet of maar zeer beperkt begrijpt, denkt hij iets nieuws bedacht te hebben. Vervolgens bedenkt hij allerlei ingewikkeld aandoende termen om zijn theorie een eigen uiterlijk te geven. Dan gaat hij de fout in door ervan uit te gaan dat hij nu weet wat bewustzijn is, terwijl hij op dit punt alleen nog maar kan 'weten' waar het bewustzijn de informatie vandaan haalt. Vervolgens gaat hij aan de hand van deze aanname (die dus nergens op gebaseerd is) verder theoretiseren. De details van zijn onkunde geef ik je wanneer ik het boek uit heb, maar zoals ik al zei, gaat dit niet zo vlug.Anardo schreef:Je hebt het over zijn "...kromme aannames en conclusies, zijn zelfbedachte termen, de grammaticale fouten en zijn overduidelijk gebrekkige kennis...". Kun je misschien voorbeelden geven? Ik krijg de indruk dat je bevooroordeeld bent.
Ik ben ondertussen wel heel benieuwd wat jou nou zo motiveert om Jarsin's boek zo te promoten. Ik heb namelijk ontdekt dat je hier op een heleboel forums mee bezig bent. Jouw vakgebied, opleiding en theoretische achtergrondkennis kunnen het mijns inziens niet zijn, aangezien ze niet verder blijken te reiken dan die van Jarsin en een opleiding op dit gebied had jou alert gemaakt op de vergissingen die Jarsin maakt. Verder heb ik ontdekt dat je een jaar of 6 jonger bent dan Jarsin en eveneens uit Haarlem komt. Ken je hem?
Nog afgezien van het feit dat je hiermee gelijk twee grammaticale fouten te pakken hebt (mij i.p.v. mijn en ontbrekende komma tussen twee persoonsvormen), is dit een conclusie die hij trekt zonder ook maar enig argument te geven. Wanneer ik de details van dit onderzoek op internet bekijk, vind ik overigens geen enkele reden de resultaten van dit onderzoek zonder meer te verwerpen.Bij mensapen en mensen is het zelfs zo dat zij de enige dieren lijken te zijn die in hun spiegelbeeld zichzelf herkennen. [De bewering uit 2001 van de biologen Diana Reiss en Lori Marino uit de Verenigde Staten dat dolfijnen dat ook kunnen wordt, in mij ogen, geheel niet met overtuigende bewijzen gestaafd.]
Ten eerste vraag ik me af welke sensorische prikkel ertoe leidt dat een hond zijn eigen staart achterna rent of naast je op de bank komt liggen om liefdevol zijn kop in jouw schoot te leggen. Ook zie ik niet goed wat de sensorische prikkel is die voorafgaat aan het speelse gedrag van welpjes of andere jonge dieren. Er is wel degelijk een prikkel, maar sensorisch is die niet. Uit zijn observatie dat mensen gedragingen hebben die niet vooraf zijn gegaan door sensorische prikkels, concludeert Jarsin later dat er dus helemaal geen prikkel voorafging aan dit gedrag. Dit klopt, zoals ik eerder ook al zei, niet. Er gaat altijd een prikkel aan vooraf, deze hoeft alleen niet per sé sensorisch te zijn. De prikkel kan ook motivationeel, emotioneel of cognitief zijn.Bij alle dieren bemerken wij [althans, dat bemerkte ik] dat zij slechts in actie komen als zij zintuiglijk worden geprikkeld, óf (dat kunnen wij vermoeden) als hun lichamelijke gesteldheid daarvoor de aanleiding is. Deze reacties komen zowel bij ongewervelden als gewervelden voor. Bij vissen, amfibieën en reptielen volgt na prikkel (zintuiglijk of somatisch) een altijd terugkerend kenmerkend stereotiep soortgedrag. Bij zoogdieren en vogels zijn de gestimuleerde verrichtingen minder eentonig en komt er, zeker wat de hogere zoogdieren betreft, veel meer individueel gedrag voor. Bij de mens echter, komen we iets eigenaardigs tegen. Wij merken dat hij vaak anders handelt dan je op grond van zijn hoedanigheid zou verwachten. Hij vertoont eveneens een habitus zonder dat hij daartoe zijn omgeving (exteroceptief) of lichaam (interoceptief) wordt aangezet, d.w.z. zonder dat er in zijn nabijheid of corporeel aanleiding toe bestaat. De mens is het enige dier dat spontane, niet door externe of interne sensorische prikkels beïnvloede, gedragingen heeft.
Alexander Bain zei in zijn boek The senses and the intellect in 1855 dat het menselijk denkproces niets anders is dan mentaal gedrag. Hiermee bedoelde hij dat je cognities en dergelijke ook kunt zien als gedrag. Hij zei niet dat gedrag, zoals Jarsin het bedoelt, kan plaatsvinden zonder stimulus. Hij zei alleen dat de stimulus ook mentaal kan zijn en noemde deze mentale stimulus covert behavior, oftewel mentaal gedrag. Iets waar Jarsin zich sowieso volgens mij in vergist heeft, is dat hij het woord gedrag in teksten van wetenschappers en psychologen heeft geïnterpreteerd als handelen. In de psychologie vallen onder het begrip gedrag echter ook activiteiten als waarnemen, onthouden, voorstellen, denken, streven en voelen.Nu is ook deze veronderstelling niet nieuw. De Schotse associatiepsycholoog Alexander Bain (1818-1903) betoogde in de 19e eeuw al dat actie of beweging onafhankelijk van enige uitwendige stimulus kan bestaan. Alleen ga ik ervan uit dat deze mogelijkheid alleen bij mensen voorkomt.
Vind je dat nou niet ongelofelijk knap? Dat hij dankzij de beperkte tekst, die ik hiervoor letterlijk heb weergegeven, blijkbaar precies weet wat de mens onderscheidt van andere zoogdieren?Toen ik me dit gegeven realiseerde wist ik waarom ons bewustzijn klaarblijkelijk verschilt met dat van andere zoogdieren.
Het gaat te ver om hier het Behaviorisme helemaal uit te leggen, maar ik zal de basis kort weergeven. Het Behaviorisme ontstond doordat wetenschappers zoals Watson vonden dat psychologie alleen een wetenschap zou zijn, wanneer zij het uiterlijk waarneembare gedrag zou bestuderen. Kennis, bewustzijn, beleving en motivatie werden echter niet geheel genegeerd. Deze factoren werden herleid tot waarneembare spier- en klierreacties, zodat ze objectief meetbaar werden en dus geschikt voor wetenschappelijke toetsing. Zo kon angst bijvoorbeeld worden gemeten door vermijdingsgedrag of fight-or-flight reacties van het lichaam. Kritiek op deze denkwijze was dat het heel geschikt was als basis voor onderzoek, maar weinig bruikbaar in de praktijk. Jarsin vertelt in zijn boek dat in reactie op het onvermogen van het behaviorisme hersenarbeid intern te kunnen bestuderen eerst de Gestaltpsychologie ontstond en nu pas het neo-behaviorisme is ontstaan. Waarbij hij zegt dat ook deze laatste stroming nog steeds uitgaat van observeerbaar gedrag. Ik denk niet dat hij het helemaal heeft begrepen. In werkelijkheid ontstonden er al vrij snel twee stromingen, het behaviorisme en het cognitivisme. De eerste zette het gedrag centraal, de tweede de cognities. Onder die laatste viel ook de Gestaltpsychologie. Het behaviorisme werd al vrij snel door wetenschappers als Woodworth (1869-1962) uitgebreid. Er werd niet langer uitgegaan van S-R, maar S-O-R ontstond. In eerste instantie omvatte die O de fysiologische en motivationele toestanden, later vielen hier ook persoonlijkheidskenmerken en cognities onder. Het behaviorisme en cognitivisme groeide steeds meer naar elkaar toe en de laatste decennia wordt uitgegaan van het volgende model:Deze stroming stelt dat de prikkels of stimuli aan de ene kant en de reacties aan de andere kant van de motorsensorische boog de enige reëel waarneembare verschijnselen van hersenactiviteit zijn. Volgens hen zijn de hersenen te beschouwen als een zwarte doos waardoor alleen de stimuli en responsen (als uiterlijk observeerbaar gedrag) waar te nemen zijn en niet andere begrippen zoals motivatie, denken of vrije wil. Zij introduceren daarom de stimulus-respons of S-R-methode.
Met awareness bedoelen ze hier hetzelfde als Jarsin bedoelt met waarneming. De reden dat ze hier niet voor het woord waarneming hebben gekozen, is dat met dit woord in de psychologie doorgaans perceptie wordt bedoeld. Waarneming zoals Jarsin het bedoelt is eerder apperceptie evenals het awareness van Bernstein.Consciousness can be defined as awareness of the outside world and of ones own mental processes, thoughts, feelings, and perceptions.
Welke oorzaken en welke verschillen?Toch vind ik Jarsin's interpretatie over bewustzijn en waarneming voldoende afwijken van die van Bernstein etc.. Zoals jij het verkondigt lijkt Jarsin's definitie oude koek, maar zoals ik het zie verschillen de twee theorieën in de oorzaken (of modellen) die ze ervoor aanvoeren.
Heb je mijn voorgaande post niet begrepen of niet gelezen?Het feit dat jij geen sensorische prikkels ziet die voorafgaan aan het speelse gedrag van welpjes etc. wil niet zeggen dat die er niet zijn. Motivationele, emotionele of cognitieve prikkels zijn of sensorische (exocerebrale, zoals Jarsin zegt) prikkels of endocerebrale activiteit. Of ze komen van buiten de hersenen of ze ontstaan "spontaan" in de cortex. Eigenlijk bedoelt Jarsin met spontaan dat de endocerebrale activiteit er constant is maar doorgaans onderdrukt wordt door de exocerebrale prikkel. Als de exocerebrale prikkel ineens verzwakt of verdwijnt dan wordt de "spontaan" lijkende endocerebrale activiteit weer dominant in de vorm van mentale beelden en/of innerlijke spraak. Maar wellicht ben je nog aan het begin van het boek.
Je zegt: "Er gaat altijd een prikkel aan vooraf, deze hoeft alleen niet per sé sensorisch te zijn" Over deze zin gaat het nu juist. Ik probeer de hele tijd uit te leggen dat volgens Jarsin prikkels (of ze nu zintuiglijk zijn of van andere delen binnen het lichaam) altijd van buiten de cortex komen. Maar een emotie hoeft bij mensen niet altijd door middel van een prikkel van buiten opgewekt te worden. De informatie (het geheugen) in de cortex kan deze emotie ook spontaan oproepen, zonder welke invloed dan ook van buiten de cortex. Daar heeft Jarsin het over. Volgens hem worden bij dieren wél alle gedragingen (dus ook emotionele uitingen waar jij het onder andere over hebt) door zintuiglijke/sensorische prikkels veroorzaakt; dus van buiten de cortex.ConocimientA schreef:Jarsin vervolgt:
Ten eerste vraag ik me af welke sensorische prikkel ertoe leidt dat een hond zijn eigen staart achterna rent of naast je op de bank komt liggen om liefdevol zijn kop in jouw schoot te leggen. Ook zie ik niet goed wat de sensorische prikkel is die voorafgaat aan het speelse gedrag van welpjes of andere jonge dieren. Er is wel degelijk een prikkel, maar sensorisch is die niet. Uit zijn observatie dat mensen gedragingen hebben die niet vooraf zijn gegaan door sensorische prikkels, concludeert Jarsin later dat er dus helemaal geen prikkel voorafging aan dit gedrag. Dit klopt, zoals ik eerder ook al zei, niet. Er gaat altijd een prikkel aan vooraf, deze hoeft alleen niet per sé sensorisch te zijn. De prikkel kan ook motivationeel, emotioneel of cognitief zijn.Bij alle dieren bemerken wij [althans, dat bemerkte ik] dat zij slechts in actie komen als zij zintuiglijk worden geprikkeld, óf (dat kunnen wij vermoeden) als hun lichamelijke gesteldheid daarvoor de aanleiding is. Deze reacties komen zowel bij ongewervelden als gewervelden voor. Bij vissen, amfibieën en reptielen volgt na prikkel (zintuiglijk of somatisch) een altijd terugkerend kenmerkend stereotiep soortgedrag. Bij zoogdieren en vogels zijn de gestimuleerde verrichtingen minder eentonig en komt er, zeker wat de hogere zoogdieren betreft, veel meer individueel gedrag voor. Bij de mens echter, komen we iets eigenaardigs tegen. Wij merken dat hij vaak anders handelt dan je op grond van zijn hoedanigheid zou verwachten. Hij vertoont eveneens een habitus zonder dat hij daartoe zijn omgeving (exteroceptief) of lichaam (interoceptief) wordt aangezet, d.w.z. zonder dat er in zijn nabijheid of corporeel aanleiding toe bestaat. De mens is het enige dier dat spontane, niet door externe of interne sensorische prikkels beïnvloede, gedragingen heeft.
Verderop in het boek kom je ze vast wel tegen.Welke oorzaken en welke verschillen?Anardo schreef:Toch vind ik Jarsin's interpretatie over bewustzijn en waarneming voldoende afwijken van die van Bernstein etc.. Zoals jij het verkondigt lijkt Jarsin's definitie oude koek, maar zoals ik het zie verschillen de twee theorieën in de oorzaken (of modellen) die ze ervoor aanvoeren.
Als ik zou moeten aannemen wat je nu zegt, zou dat dus betekenen dat alle dieren doelloos blijven liggen zolang er niets buiten henzelf is dat ze ertoe aanzet iets te gaan doen. Zelfs Jarsin zegt dat ook dieren prikkels van binnenuit kunnen ervaren, maar dat deze prikkels somatisch van aard zijn, zoals honger, dorst, etc. Hij noemt dit ook sensorische prikkels. Verder ontstaat geen enkele emotie spontaan. Door ervaringen uit het verleden of situaties op dit moment, roepen sommige toestanden bepaalde emoties op. Deze emoties kunnen weer een prikkel vormen voor bepaalde gedragingen. Voorbeeld: Twee mensen zien een hond. De één rent hard weg, de ander loopt er naartoe om hem te aaien. De eerste heeft misschien nare ervaringen gehad met honden of deze angst door imitatie (Bandura) geleerd van belangrijke anderen in zijn of haar omgeving. Dezelfde situatie roept bij twee mensen dus een compleet verschillend gedrag op, doordat ze beiden een andere emotie hebben gekoppeld aan die situatie. Ditzelfde soort verschil in gedrag kun je bij dieren waarnemen. De ene hond loopt kwispelend naar een andere grotere hond, terwijl de andere hard wegrent met zijn staart tussen zijn poten. De waarneming alleen kan dit gedrag niet verklaren. Dan zouden beide honden immers hetzelfde moeten reageren.Anardo schreef:Je zegt: "Er gaat altijd een prikkel aan vooraf, deze hoeft alleen niet per sé sensorisch te zijn" Over deze zin gaat het nu juist. Ik probeer de hele tijd uit te leggen dat volgens Jarsin prikkels (of ze nu zintuiglijk zijn of van andere delen binnen het lichaam) altijd van buiten de cortex komen. Maar een emotie hoeft bij mensen niet altijd door middel van een prikkel van buiten opgewekt te worden. De informatie (het geheugen) in de cortex kan deze emotie ook spontaan oproepen, zonder welke invloed dan ook van buiten de cortex. Daar heeft Jarsin het over. Volgens hem worden bij dieren wél alle gedragingen (dus ook emotionele uitingen waar jij het onder andere over hebt) door zintuiglijke/sensorische prikkels veroorzaakt; dus van buiten de cortex.
Je hebt me trouwens nog niet verteld hoe het komt dat je veel van het onderwerp afweet.
Dit is natuurlijk geen reactie. Als je een theorie en een boek verdedigt, doe het dan goed. Als jij zegt Jarsin zo goed te begrijpen, kun je deze vraag ongetwijfeld ook beantwoorden. Nu lijkt het alsof je niet weet waar je het over hebt en zomaar wat roept.Verderop in het boek kom je ze vast wel tegen.
Als je zijn boek goed leest dan begrijp je dat ook somatische prikkels exocerebraal zijn, dus van buiten de hersenen komen. Het zijn inderdaad ook sensorische prikkels, want ze worden van buiten de hersenen aangeleverd. Zintuiglijke en somatische prikkels zijn beide sensorisch.ConocimientA schreef:Als ik zou moeten aannemen wat je nu zegt, zou dat dus betekenen dat alle dieren doelloos blijven liggen zolang er niets buiten henzelf is dat ze ertoe aanzet iets te gaan doen. Zelfs Jarsin zegt dat ook dieren prikkels van binnenuit kunnen ervaren, maar dat deze prikkels somatisch van aard zijn, zoals honger, dorst, etc. Hij noemt dit ook sensorische prikkels. Verder ontstaat geen enkele emotie spontaan. Door ervaringen uit het verleden of situaties op dit moment, roepen sommige toestanden bepaalde emoties op. Deze emoties kunnen weer een prikkel vormen voor bepaalde gedragingen. Voorbeeld: Twee mensen zien een hond. De één rent hard weg, de ander loopt er naartoe om hem te aaien. De eerste heeft misschien nare ervaringen gehad met honden of deze angst door imitatie (Bandura) geleerd van belangrijke anderen in zijn of haar omgeving. Dezelfde situatie roept bij twee mensen dus een compleet verschillend gedrag op, doordat ze beiden een andere emotie hebben gekoppeld aan die situatie. Ditzelfde soort verschil in gedrag kun je bij dieren waarnemen. De ene hond loopt kwispelend naar een andere grotere hond, terwijl de andere hard wegrent met zijn staart tussen zijn poten. De waarneming alleen kan dit gedrag niet verklaren. Dan zouden beide honden immers hetzelfde moeten reageren.Anardo schreef:Je zegt: "Er gaat altijd een prikkel aan vooraf, deze hoeft alleen niet per sé sensorisch te zijn" Over deze zin gaat het nu juist. Ik probeer de hele tijd uit te leggen dat volgens Jarsin prikkels (of ze nu zintuiglijk zijn of van andere delen binnen het lichaam) altijd van buiten de cortex komen. Maar een emotie hoeft bij mensen niet altijd door middel van een prikkel van buiten opgewekt te worden. De informatie (het geheugen) in de cortex kan deze emotie ook spontaan oproepen, zonder welke invloed dan ook van buiten de cortex. Daar heeft Jarsin het over. Volgens hem worden bij dieren wél alle gedragingen (dus ook emotionele uitingen waar jij het onder andere over hebt) door zintuiglijke/sensorische prikkels veroorzaakt; dus van buiten de cortex.
Je hebt me trouwens nog niet verteld hoe het komt dat je veel van het onderwerp afweet.
Dit is natuurlijk geen reactie. Als je een theorie en een boek verdedigt, doe het dan goed. Als jij zegt Jarsin zo goed te begrijpen, kun je deze vraag ongetwijfeld ook beantwoorden. Nu lijkt het alsof je niet weet waar je het over hebt en zomaar wat roept.Verderop in het boek kom je ze vast wel tegen.