De potentiële energie neemt af, maar de kinetische energie neemt toe.
Precies, er is een zichtbare onderlinge versnelling en ook gedurende die versnelling moet de wet van behoud van energie
continu opgaan, niet alleen als een boekhoudkundige balansrekening vooraf en achteraf.
Die potentiele energie (potentiele energie is ook energie) is voor het in beweging komen te vinden in de massa of daaraan gerelateerd. Met een uiterst nauwkeurige weegschaal zou dat in principe meetbaar zijn. Dat soort transformatie is het principe van de ecquivalentie. De potentiele energie is niet hetzelfde als de kinetische en mag je daarom niet van elkaar aftrekken en dan steeds tot een continue 0 als totale energie komen. Dat kan net zo min als appels en peren van elkaar af trekken.
Het hoeft niet zo te zijn dat er daarna direkt een afgenomen aantal moleculen is. Alle voorwerpen die we kennen bevatten bijv ook radioactieve isotopen en hebben magnetisme in zich (getuige bijv de leeftijd van opgegraven voorwerpen die op die manier bepaald wordt, een spijker die magnetisch te maken is wordt het magnetisme denk ik ook niet aan "toegevoegd").
Verschilende isotopen hebben vaak ook een verschillende soortelijke massa. Daarmee is de soortelijke massa van de materie waaruit iets bestaat niet - perse - een absoluut vast gegeven. Ook de bindingsenergie tussen moleculen is energie ze zitten niet met touwtjes aan elkaar en zijn ook niet bewegingsloos tov elkaar. Kleine veranderingen in dat soort dingen (op microschaal zouden zich ook uit kunnen werken op de soortelijke massa.
Maar als je met E=MC^2 het verschil in massa gaat berekenen wordt dat :M=E/C^2. bij bijv 1 joule :
1 / 350.000.000^2 = 8*10^-18 kg.
Vraag me dus niet dit te bewijzen met een experiment dan zal ik niet vragen om bewijs dat de soortelijke massa wel als een absolute constante moet worden opgevat.
E= 2*C^2 = 2* 350.000.000^2 = 254 *10^17 niet alleen erna maar tijdens de beweging naar elkaar toe erna moet E hetzelfde zijn dus 254*10^-17= *m