Ik heb het topic nog even nagelezen, en ik snap niet helemaal wat je bedoelt.
Wat ik bedoel is dat de kwantumverschijnselen die ervoor zorgen dat een kwantumdeeltje zich op een bepaalde manier gedraagt, wel degelijk voorspelbaar zijn en ook wel degelijk effect op grotere schaal hebben, maar dat ze niet bruikbaar zijn op een concrete manier. Het valt denk ik onder de noemer 'kleine oorzaak, groot gevolg'. Zo zit de hele wereld in elkaar. Als je achteraf gaat beredeneren hoe jouw ouders elkaar zijn tegengekomen en wanneer die ene zaadcel bij die ene eicel terecht is gekomen, dan is de kans dat jij geboren werd vrijwel nul. Helemaal als je bedenkt dat dat ook opgaat voor jouw ouders en hun ouders. 'Kleine oorzaak groot gevolg' zorgt ervoor dat deterministische processen onvoorspelbaar worden. Natuurlijk kunnen de wervelingen van een vlinder uitmonden in een orkaan, alleen zijn daar nog miljarden andere wervelingen en temperatuurverschillen aan ten grondslag geweest.
Als we ons erbij neerleggen dat 'kleine oorzaak, groot gevolg' er door datgene wat wij tijd noemen voor zorgt dat processen (hoewel deterministisch) onvoorspelbaar worden, hebben we geen kwantummechanica meer nodig. Datgene wat wij bewustzijn noemen gedraagt zich ook volgens dit principe.
Als we dan toch voorspellingen willen doen moeten we denk ik van deze grote getallen uitgaan en tevens de details laten schieten en ons richten op de grote lijnen. Wat ik ervan begrepen heb is de achterliggende wiskunde van de kwantummechanica statistisch van aard en is ze bruikbaar voor dergelijke projecties in de toekomst. Als we dan de grote lijnen van de hersenprocessen als bewustzijn beschouwen en daarbij de details en het determinisme laten voor wat het is, dan komen we misschien nog ergens.
Stel dat we een dobbelsteen hebben die niet exact zuiver is. Het zwaartepunt zit niet exact in het midden van de dobbelsteen en misschien zit er een kras op een hoek. Als we 60 keer werpen en de uitkomst in een grafiek of diagram zetten, dan kunnen we hierover nog geen conclusies trekken. Maar stel dat we 6 miljard worpen doen. Ons diagram laat ons dan zeer nauwkeurig zien wat er met de dobbelsteen aan de hand is en hebben we als het ware de ware aard van de dobbelsteen in beeld. Het duurt natuurlijk erg lang om zes miljard worpen de doen (serieel). Stel dat we zes miljard identieke dobbelstenen hebben. Als we die ineens gooien en ze zouden zich ineens verspreiden over de vloer (parallel) dan kun je hetzelfde diagram maken. Alleen zijn de dobbelstenen niet dezelfde en zegt het diagram dus niets.
Wat ik van kwantummechanica heb begrepen is dat het op die schaal wel degelijk mogelijk is om zes miljard worpen tegelijk te doen en dat de uitkomst ervan de manifestatie van het deeltje is. Alle mogelijkheden worden tegelijk uitgeprobeerd rn de meest stabiele of waarschijnlijke uitkomsten rollen eruit. De term diagram kan beter vervangen worden door hologram. Een bepaald atoom is dan een bepaald hologram van mogelijkheden. De dobbelstenen zijn dan energiepakketjes als electronen en quarks, het atoom manifesteert zich als hologram van mogelijkheden.
Als we de tijd er dan bij nemen zien we dat bepaalde combinaties van hologrammen stabieler zijn dan andere. En dan niet alleen met atomen en moleculen, maar ook bijvoorbeeld met levensvormen en gedragsvormen. Als je de evolutie z'n gang laat gaan in computermodellen zie je bijvoorbeeld dat bij het zoeken naar een orgaan om te kunnen zien, altijd een bolvorm met een lens ontstaat. In de natuur zie je overal ogen verschijnen. Dat blijkt een stabiele vorm te zijn. Ook een neuraal netwerk blijkt een stabiele structuur te zijn die je overal terugziet.
Stel nu dat we de wiskunde van kwantummechanica inzetten om stabiele structuren in het universum te ontdekken, dan is het voor mij alleszins acceptabel om kwantummechanica toe te passen op andere schalen dan de kerndeeltjes.
Maar zo lang de aard van het universum 'kleine oorzaak, groot gevolg' blijft, zal dat ook voor de processen in onze hersens blijven gelden en hebben we weinig aan het toepassen van deterministische processen. Als je niet precies weet hoe de wereld er straks uitziet omdat je veel te weinig informatie hebt, zit er niets anders op dan trial and error, een proces in de natuur en in de hersens, met een geheugenfunctie voor wat werkt en niet werkt. (DNA en neurale netwerken). Dit zorgt voor toenemende complexiteit.
Wat mij betreft is bewustzijn niets anders dan een manifestatie of emergentie of hologram van hoge complexiteit. Met dank aan de kwantummechanica, dat dan weer wel. En hoe gek het ook klinkt: nog steeds vind ik bewustzijn niets bijzonders. Het werkt gewoon.