Dank Professor Puntje; mooie opname! Stel nu eens dat het licht zich gedraagt zoals het zich hier empirisch toont, en we laten vanwege onze leerverschillen even weg wat het leertheoretisch wordt geacht te zijn.
En we veronderstellen nu wat Benm inbrengt: "
De nauwkeurigheid van de opstelling is echter wel heel lastig: je moet de spiegels positioneren met een fout kleiner dan de golflengte als je zoekt naar vertragingen in de orde grootte van de frequentie."
Dan is er dus bij de botsing met de spiegel een vraag naar de golflengte en de frequentie.
Dan kom ik, en stel even gedachtenexperimenteel dat dit een Gires–Tournois etalon interferometer is. Dan moeten we ineens inderdaad ermee rekenen dat de faseverschuivingen empirisch meetbaar en bewijsbaar sterk samenhangen met de golflengte.
Dan is de voorzichtige verwachting dat algemeen geldt dat een golfengteverschil leidt tot een faseverschil die samenhangt met de golflengte.
Dit is niet moeilijk. Maar je moet het zien. Als je het ziet, dan heb je deze informatie niet eens nodig. Het is ballast en gewichtigdoenerij. Want vanaf het moment dat je het woord fase hoort, weet je dat je niets meer met beweging kunt. Want: een fase heeft geen eenheid. Dus is een fase per definitie frequentie-afhankelijk. Gewoon vanwege de titel. Je kunt toch ook niet een appel wegsturen en verwachten dat 'ie als een peer zichtbaar wordt? En dat draaien we om: je kunt toch ook niet een appel (frequentie met een fase) en een peer (frequentietoename door beweging) optellen en verwachten dat de uitkomst alleen in appels is?
Nu geloven wij elkaar niet. Maar het ongeloof maakt dat we voorzichtig moeten zijn. Wetenschap gaat niet over geloof in mystiek, maar over juist niet geloven, behalve dan wat je waarneemt. Dus kunnen we er niet omheen dat we tegelijk zowel frequentiemeters als fasemeters opstellen bij elke proef. En we werken natuurlijk uitsluitend met licht van één frequentie. En dan zien we het licht, en we verbazen ons en vragen ons af wat we hebben gemist en wat er ooit is misgegaan; en dan is 'Licht in zicht' in een ommezien uitverkocht.
Sorry; dat was natuurlijk een niet ter zake doende off-topic escapade mijnerzijds. On topic is hier relevant dat elke spiegel de lichtstraal verandert. Want de spiegel beweegt. Lichtbron en spiegel samen zorgen dus twee keer voor een aanpassing van de frequentie. En dat is precies waarom de oorspronkelijke fase weer teruggemeten wordt. Maar het licht is ondertussen twee keer veranderd! Om dit te begrijpen heb je echt niet meer nodig dan middelbare school en boerennuchterheid. En daar is het waar de wetenschap de mist is ingegaan: natuurkunde is geen natuurkunde meer, als het stopt met verklaren en vlucht in mystiek en gezagsstructuren.