HansH schreef: ↑ma 07 apr 2025, 11:13
kromming krijg je door massa die de ruimtetijd kromt. maar als je een oneindig groot volume hebt met een constante massadichtheid (zie het bv voor het gemak als een gaswolk, maar zou voor het heelal ook moeten gelden) dan is er toch geen kromming?, immers als ik er een massa in loslaat ondervindt die geen zwaartekrachts versnelling? immers er is overall dezelfde symmetrie. dus ik kan nergens een massa concentratie aangeven die de ruimtetijd kromt. wat zie ik over het hoofd?
Het is een goede vraag, en ik denk dat de oplossing uiteindelijk ligt in randvoorwaarden.
De Einstein- of Poissonvergelijking is een tweede-orde differentiaalvergelijking, die dus tot en met tweede orde afgeleiden relateert aan (energie/massa/impuls)dichtheden. Dus laten we es naar een heel simpele analogie kijken: de tweede orde differentiaalvergelijking
\(
f''(x) = C
\)
met C een constante. Henkie zou nu kunnen redeneren: elk punt x is gelijk, dus op basis van symmetrie zou Henkie verwachten dat de functie zelf ook overal hetzelfde is en dus ook constant. Maar dat klopt uiteraard niet: de algemene oplossing is een tweede orde polynoom, en je hebt vervolgens randcondities nodig om de specifieke oplossing vast te leggen. Die randcondities zullen vervolgens (een deel van je) symmetrie verbreken. Normaliter leggen we randvoorwaarden op waarbij de zwaartekrachtspotentiaal naar nul gaat "op het oneindige".
Een andere manier om hier tegenaan te kijken, is om geodeten te bekijken op een lichaam met constante kromming zoals een bol. Deze geodeten zullen elkaar i.h.a. benaderen of verwijderen.
Nog een laatste manier om hier naar te kijken is om de Poissonvergelijking te schrijven als
\(
\nabla \cdot \nabla \phi = \nabla \cdot g = 4 \pi G \rho
\)
Als je deze vergelijking over het hele universum (met volume V) integreert, dan krijg je
\(
\int_V \nabla \cdot g dV = 4 \pi G M_{tot}
\)
Gauss zegt dat dit een oppervlakte-integraal wordt, waarbij A = dV de rand van het volume V is:
\(
\int_{dV} g \cdot dA = 4 \pi G M_{tot}
\)
Als je de massadichtheid rho als een constante ongelijk aan nul kiest, dan krijg je dus een flux van g, en bestaat de oplossing g = 0 niet.