Professor Puntje schreef: ↑ma 26 jan 2026, 16:37
Dat is geen bewijs:
\( \mathcal{A} \) en
\( \mathcal{B} \) zijn net als
\( \mathcal{D} \) afhankelijk van n. De gevonden limiet voor
\( \mathcal{D} \) maakt nog niet dat
\( \mathcal{A} \) en
\( \mathcal{B} \) er niet meer toe doen.
Zal het dan anders voorstellen, om de "gain" van
\( \mathcal{D} \) beter te duiden,
We hebben met de analyse de "onvoorspelbare" elementen vervangen door een wel "voorspelbaar" element :
\( \mathcal{D} \)
Als: T
n =1 dan krijgen we de willem-breuk=1: en krijgen we de vergelijking: zie de dominantie van
\( \mathcal{D} \)
2
\(\mathcal{A}+\mathcal{D}\) = 3
\(\mathcal{C}-\mathcal{D}\) .
\( \mathcal{T_0} \) +
\( \mathcal{B} \)
We stellen welliswaar
\( \lim\limits_{n \rightarrow \infty} \mathcal{D}(T_0,n) = \infty \) maar dat gaat niet gebeuren..
omdat voor die tijd de vergelijking naar 1 gaat en
\( \mathcal{D} \) niet eens in de buurt van ∞ komt.
Je ziet dat zolang de reeks loopt het zwaartepunt in de vergelijking van links naar rechts verschuift.
In andere publikaties van Collatz, komt de "gain" van het even getal ook terug, dat dit de reeks doet dalen
maar vinden vaak geen reden. Volgens mij hebben we met het vinden van
\( \mathcal{D} \) het wel gevonden,
omdat
\( \mathcal{D} \) de enigste voorspelbare element is in de Collatz reeks is geworden.