Piet en Jan zweven in de ruimte. Jan vuurt een foton af naar rechts, en wanneer Jan dat doet vertrekt Piet in een snel ruimtevoertuig naar links - in tegenovergestelde richting van dat foton dus. Piet versnelt een tijdje door, bereikt een of andere fractie van de lichtsnelheid, remt weer af en komt terug naar waar Jan nog steeds stilhangt (We zeggen dat Jan stilhangt omdat hij geen versnellingen heeft ondergaan). Nu zitten Jan en Piet dus weer op dezelfde plek, en hebben ze zoals jij zegt 'dezelfde afstand afgelegd' t.o.v. het uitgezonden foton, dat intussen nog steeds vrolijk verdergaat naar rechts. Toch loopt Piet's klok nu achter op die van Jan. De uitleg die jij gaf klopt dus niet.
Vervang de achterlopende klok maar door een korter stuk touw als je wilt, dat verandert niets aan het verhaal. Afgelegde afstand kun je pas bepalen wanneer je die meet ten opzichte van een zeker punt - ten opzichte van een zeker inertiaalstelsel. Piet en Jan zijn het er uiteindelijk allebei over eens dat Piet's klok achterloopt op die van Jan. Dit komt doordat Piet versnellingen heeft ondergaan terwijl Jan daar niet aan onderhevig is geweest.
Dit duidt er toch niet op dat licht stilstaat? Ik doe mijn best om je te begrijpen hoor, maar het lijkt alsof je gewoon geen moeite doet om je standpunt te onderbouwen. Dit maakt het erg vermoeiend om hierover met je te discussieren. Probeer anders eens om met een nieuwe manier te komen om je standpunt toe te lichten. Of probeer inhoudelijk te reageren op de vragen die aan je zijn gesteld.
Hopelijk begrijp je dat je uitleg tot nu toe niet overtuigend is geweest.