Mechanieker schreef:Laten we ons - met dit alles in ons achterhoofd - concentreren op de kern, namelijk de aard van de positie van het levende wezen, iets dat anders in mijn ervaring jammer genoeg vaak snel op de achtergrond raakt.
En:
Ik identificeer me niet met enige groep dan de 'nieuwsgierigen' en degenen die op zoek zijn naar de 'Absolute Waarheid'. Wat dat laatste betreft: of die zoektocht eeuwig futiel is of niet speelt in mijn beleving geen rol, want het is het zoeken dat me heilzaam is gebleken.
En:
Met wat ik van de deeltjesfysica weet over de tot nu toe blootgelegde aard van de materie is het voortbestaan of verplaatsen van een potentieel wezenlijk onderdeel van onze persoon over tijd en ruimte niet uitgesloten. Jij beschouwd de dood kennelijk als absoluut einde van het levende wezen, maar dat is dan jouw eigen gedurfde en m.i. voorbarige interpretatie van de feiten. Jouw 'geloof' dus, in zekere zin.
Zoals je ziet, waarde Mechanieker, heb ik één en ander uit jouw post even herschikt tot een bundeltje van datgene wat de aard en positie van het levende wezen raakt.
Zoals je uit mijn tekst hebt kunnen opmaken, ben ik met de dood snel klaar, omdat ik geen enkele reden kan vinden, de postmortale situatie, die dan is ontstaan, anders te zien dan de prenatale situatie. Er is één iets, wat zich aan de vergetelheid onttrekt, namelijk iemands werk als dat vastgelegd en van duurzame betekenis is. Laten wij het dus over het levende wezen hebben tussen geboorte en dood en wat mij betreft, kun je dus elk geloof daarover of daarbij overboord gooien. In deze discussie is het één van mijn opdrachten, aannemelijk te maken, dat het leven van het levende wezen daardoor niet aan kwaliteit inboet, maar, verschoond van dwaalwegen en dwaallichten, zich efficiënter richten kan op adequate waardevermeerdering in en van de mensengemeenschap. Ik bedoel hier uiteraard vooral een waardevermeerdering in immateriële zin, een cultuurbijdrage.
Nu kunnen gedachtewisselingen over de dood ook wel een cultuurbijdrage zijn, hoewel mij dat persoonlijk niet zo raakt, maar ik weet dat velen geloven, om troost te vinden bij het idee dat het leven met de dood niet ophoudt. Ik gun het de grote misdadigers van deze en vorige eeuwen dat het niet afgelopen is, maar ja, wensdenken alleen creëert niets. Een eeuwig leven kan niet anders dan een constante gruwelijke marteling zijn, dus ook de hemel is dan een hel.
Een hemel impliceert een god en mocht dat de waarheid blijken, dan is die god een nog stompzinniger blunderboer dan je uit de bijbel kunt opmaken. Daar kan ik heel leuk over vertellen, maar dat zouden we dus niet doen. Wat gaan we dan doen na de dood? Hoe zit het met onze perceptie als onze hersenen tot pap zijn vergaan? Zonder levend lichaam heb je geen ervaringscentrum en zonder zintuigen is er geen input en geen output. De stekker is eruit.
Nochtans gaat er geen atoom van het ooit levende wezen verloren. Je valt uit elkaar, in rook verwaaid en als as verstrooid of er gaan allerlei enge beestjes met kleine stukjes van jouw lichaam alle kanten op, terwijl je verpapt en versijpelt. Voor poëzie is dit een prachtig onderwerp.
Verpapt en versijpelt lig ik daar
Ingebed en uitgeleid
O wee geween en veel misbaar
Gered voor de vergetelheid
En niets daarvan word ik gewaar
Na de dood hebben we nergens last van. De wetenschap zou ontzaglijk graag bewijzen dat er leven na de dood is, want dat zou ons verheffen tot iets wat ververheven boven al het andere is. Dan zouden we inderdaad allemaal god zijn. Het is een gedachte die ik bij deïsten tegenkom. Er is geen spoor, geen enkele aanwijzing van dit meest begeerde bewijs.
Zeker, in theorie is het mogelijk dat enkele van de atomen, waaruit ik besta, na mijn dood nog eens in een menselijke samenstelling zullen voorkomen. Even zo goed is dat mogelijk voor de atomen in al het lichaamsmateriaal dat ik in de loop der tijd op onze aarde heb achtergelaten, dode cellen die ik afgestoten heb, honderd haren per dag, die ieder normaal mens gemiddeld verliest. Een arm is na twintig jaar leven grotendeels vernieuwd. We regenereren of degenereren tot aan het eind van ons leven.
Als we leven zijn we dus ook een proces van stofwisseling, maar we zijn vooral een stel hersens. De rest is bijzaak, maar noodzakelijke randapparatuur. Waar ons bestaan goed voor is, mag Joost weten of we vullen het zelf in, maar we kunnen er niet onderuit, dat we primair gedreven worden door ons instinct tot instandhouding en voortplanting. Daarin onderscheiden wij ons niet van de dieren. Ik zou kunnen zeggen dat we ons niet onderscheiden van andere dieren, ware het niet dat we als extra rariteit een uit de bocht gevlogen groei van de neocortex bevatten, wat ons met een grotere intelligentie heeft opgescheept. Vanaf dat de mens begon te denken dat hij denken kon, heeft deze mens daar heel rare dingen mee gedaan. Als je wel kunt denken, maar nog geen kennis hebt, verzin je een religie een god om te verklaren wat je niet begrijpt. Dat lijkt heel handig, maar door strak aan dat denkbeeld vast te houden, verdwijnt de nieuwsgierigheid en het enige universele kenmerk van wijsheid is de juiste vragen stellen in de juiste volgorde. Kortom, geloof staat wetenschap in de weg, het is antiwetenschappelijk. Dat is een groot offer en geloof zou dat kunnen goedmaken, als je er meer aan hebt dan aan wetenschap.
Nou, wat hebben we eraan?
Pointer, als levend wezen, zou daar graag een steekhoudend antwoord op hebben, waarmee een gelovige duidelijk maakt hoe waardevol het geloof is.
Wat schiet je er mee op?
Mechanieker schreef:Wij zijn allemaal 'werktuigen' van de allerhoogste. Elk levend wezen heeft in mijn visie maar een fundamentele keus, namelijk om god's persoon te dienen, of om god's materiele energie te dienen. De levende wezens zijn eeuwig dienaar, en god is eeuwig meester, in het spel en vermaak van god en god's dienaren.
Dat gesteld te hebben is het niet zo dat ik zelf ooit iemand heb 'bekeerd' in de zin van een bewuste inspanning. Dat zou me tegenstaan en ik zie de zin er niet van in. Ik heb alleen meegemaakt dat een aantal overtuigde atheisten in mijn directe omgeving (naar mijn gevoel mede door omgang met mij) min of meer spectaculaire transformaties van inzicht hebben doorgemaakt. Overigens, ik deel in de verbale communicatie over wezenlijke zaken nooit conclusies mee, ik stel uitsluitend vragen die soms leiden tot de disintegratie van bepaalde kennelijk illusoire opvattingen. Je zult dit fenomeen herkennen uit je eigen ervaring, wil ik wedden, maar dan van de andere kant?
Tja, dit geloof is werkelijk van dien aard dat atheïsten spreken van een ernstige aandoening. Ik heb de mens niet zo hoog dat ik er een uitverkorene tot eeuwig leven in zien, maar een werktuig zijn lijkt me toch wat te min, want ik heb een enigszins vrije wil. Als mijn eigen werktuigen een vrije wil vertonen heb ik er niks meer aan. Overigens is dienen niet mijn stukje koek. Daar ben ik niet op ingericht. In mijn jonge jaren onderhield ik tuinen voor andere mensen en die hadden dan niets meer te vertellen over hun tuin. Hoewel ik er veel zakgeld mee verdiende was ik meteen weg als ik opdrachten of directieven kreeg. Dan gingen ze in mij geloven en vervolgens overtuigde ik hen. Het resultaat was boven hun verwachting en met dienen kan dat niet. Ik zeg nog maar eens met nadruk, dat een levend wezen het beste alleen dingen moet doen, waar dat wezen goed in is. Anders is het algauw niet leuk meer.
Als dienaar ben ik totaal ongeschikt, veel te eigenwijs.
Dat heeft consequenties. Van der Vlist, de latere opperbevelhebber van onze strijdkrachten, moest mij ooit opleiden tot officier, maar hij vond dat ik weinig leiderscapaciteiten had, omdat ik zijn gedachtewereld niet diende. Het was een opmerking die in onze klas bij die opleiding een hoongelach teweeg bracht. De relatie meester/knecht ligt mij van beide kanten niet.
De relatie meester/leerling ligt mij heel goed. Mijn docenten liepen weg met mij en mijn studenten later ook. Daar zijn heel prettige cijfers over, dus dat kan bewezen verklaard worden. Maar deze gepersonifieerde god, die jij opvoert, wat kan ik daarvan leren? Wat voor een entiteit is dat?
Laten we twee specifieke zaken goed voor ogen houden:
1. Transcendentie laat zich niet ervaren
2. Metafysica is het onkenbare
Daar zit jij niet mee, waarde Mechanieker, want je hebt het over gods materiële energie, dus die god is een meetbaar en waarneembaar iets, een fysieke substantie of een proces daarvan.
Nu weet ik toevallig dat (ik citeer hersenonderzoeker Dick Swaab)
er ziektebeelden zijn waarbij epileptische activiteit ontstaat, dus heftige elektrische activiteit, heel lokaal. En dat kan aanleiding geven tot epileptische aanvallen. Maar wanneer dat gebeurt in de buurt van de hypocampus dan zijn er enkele mensen die hele religieuze ervaringen hebben. Die zien God, die spreken met God, die krijgen boodschappen van God, en vandaar dat we denken dat een belangrijk knooppunt in zeggen de religieuze bewegingen dat in de belevenissen die met religie te maken hebben, dat zit in de hypocampus.
Als je daar last van hebt, kun je Depakine nemen.
Deze elektrische activiteit kan men tegenwoordig ook in ieder gebied van ons brein inbrengen. Een godservaring is dus domweg op te roepen en uit te schakelen met een knopje on/off, als je de stekker maar in het stopcontact hebt of volle batterijen gebruikt. Ja, we staan voor niks tegenwoordig, zo lijkt het.
Speelt de mens met god of speelt god met de mens?
Nu blijf ik toch zitten met de vraag wat het rendement is.
Wat heb je eraan?
Kunnen wij onze tijd en energie niet beter voor iets anders gebruiken?
Mechanieker schreef:Er zijn echter twee gevaren waar je volgens mij geen rekening mee houdt.
Ten eerste: Je overtuiging dat je het goed doet is natuurlijk relatief. In je reacties op anderen hierboven geef je aan tot op zekere hoogte bewust te zijn van de mileuproblematiek. Maar weet je ook dat het energie - en grondstoffengebruik van de westerse mens in de komende 30 jaar met minstens 95% moet worden gereduceerd om ooit tot een duurzame, vreedzame wereldsamenleving te komen? Denk je dat die simpele, duurzame, en vooral vreedzame samenleving van de toekomst echt humanistisch kan zijn, dus zonder onvoorwaardelijke transcendente gelukzaligheid? Of is het waarschijnlijker dat zo'n samenleving bijvoorbeeld Amish, Vaisnavistisch, of voor mijn part Boedhistisch, is?
Ten tweede, vrees je niet ergens voor je zoon's ontwikkeling? Denk je echt dat je zoon dezelfde drang zal hebben om net als jou alles te onderzoeken, te wegen en bloot te leggen om daardoor en passant een mens te worden? Zal het hem niet allemaal worst wezen, zoals 99% van zijn leeftijdsgenoten met humanistische/atheistisch ouders, waardoor hij een dier zal blijven? Sta je stil bij de mogelijke generatieoverbruggende gevolgen van het feitelijk 'lege' humanisme, of let je alleen op je persoonlijke, feitelijk egoistische voordeel?
Het humanisme is voor mij altijd een hoogstaande, maar uiteindelijk nadrukkelijk elitaire levensvorm geweest. Een goed functionerende humanist is dus altijd hoogopgeleid, erudiet en intelligent. Het humanisme is dus ongeschikt om de samenleving als geheel mee te bedruipen. Een humanist kan m.i. namelijk geen intelligentie en eruditie ontberen, maar een godsdienaar kan dat wel, met potentieel dezelfde voordelen, waardoor slechts enkele mensen gebaat zijn bij het humanisme, terwijl alle mensen van alle standen baat kunnen hebben bij de godsdienst.
Deze door jou opgevoerde Grote Speler van het Heelal zou, als hij werkelijk zou bestaan, mij een heel lelijk kunstje geflikt hebben, door op18 augustus 1973 mijn zoon die je er ook bijhaalt, maar ik heb hem zelf vermeld als de zoon die volmaakt zonder zonde is te laten geboren worden met een gigantische hersenbeschadiging door zuurstofgebrek. Momenteel verblijft hij in een nulgroep van Nieuw Woelwijk te Hogezand-Sappermeer en hij heeft zich ontwikkeld tot het niveau van een drie maanden oude baby. Mocht er een god bestaan dan is dat geen vriend van mij. Als ik eeuwig leven heb zal ik hem eeuwig najagen om hem in zijn laffe kloten te bijten. Maar goed, hij bestaat niet.
**** happens.
Evenwel wil ik ingaan op jouw misverstand over hoe atheïsten hun kinderen opvoeden. Een atheïst is niet hetzelfde als een nihilist en het Humanistisch Verbond gaat uit van een universeel normbesef in de gehele mensheid. De intellectuele neerslag daarvan vind je in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en diverse verdragen die onze staat daaraan verbinden. Ons hele staatsbestel en haar rechtsbedeling is dus gebaseerd op de Romeinshumanistische traditie. Kinderen van humanisten vallen niet in een zwart gat van normloosheid. Integendeel, zij leren zelf denken, goed en kwaad onderscheidend, zodat ze niet een boekje met regeltjes die ze niet zelf doorleefd hebben uit hun hoofd hoeven te leren. Verder is de meeste stupiditeit die je om je heen ziet alleen te begrijpen als je enige kennis hebt van de religies van het gemene volk dat in duisternis wankelt.
Een mens is per definitie geneigd tot leren, want leren is groei, een toename van mogelijkheden. Sommige mensen hebben wat te kleine hersentjes en die helpen we, andere branden ze op met drugs, weer andere zijn gestoord, echt ziek dus en die moeten liefdevol behandeld worden. De mogelijkheid tot leren moet aangeboden worden en helaas is het meeste van slechte kwaliteit, waardoor het niet als een behoeftebevrediging te herkennen is. Tja, dat is niet leuk hè?
Ik snap best dat je een materialistische, oppervlakkig levende samenleving krijgt, als gevolg van het Grote Debiliseringoffensief dat 35 jaar geleden door de politiek is ingezet tegen ons onderwijs en tot op de dag van vandaag voortwoedt. In geen enkel beschaafd land wordt er zo weinig per hoofd van de bevolking geïnvesteerd in onderwijs dus met die kenniseconomie kun je het schudden. Dat is boerenbedrog, massief en kamerbreed.
Voor het overige, eco-problemen als met energie en grondstoffen, daarover hebben we allebei gepost in een amdere topic. Groeten.