Onderstaande bijdrage is goeddeels enkele dagen geleden geschrevn (t.t.v. de Obamanacht), dus loopt wat achter:.
Prospector
Nu dus mijn vraag aan Gabriël, die volgens wat ik hier gelezen heb de meeste ervaring heeft met studie van de bijbel en de hele context ervan. Hoe bekijkt u al deze verschillende interpretaties van de bijbel? Is er inderdaad een verband met de cultuur van een volk en de interpretatie van de bijbel? Hoe oordeelt u over die andere interpretaties?
Als ik daar ook wat op mag antwoorden: ja, er is uiteraard een verband tussen cultuur en interpretatie van de bijbel, zoals er een verband is tussen cultuur en
elke interpretatie van wat dan ook. Al ons denken - over heden, verleden, toekomst, over onszelf, anderen, enz enz. - en al ons doen is
altijd tijd en plaats gebonden. Het is aan de geschiedwetenschappen om oudere interpretaties in het licht van hun tijd te beschouwen en te verklaren, maar ook om te beseffen dat ónze reconstructie van dat verleden óók weer gekleurd wordt door onze eigen tijd. (Huizinga's briljante studie van het
Herfsttij der Middeleeuwen, legde toch wat andere accenten dan de huidige generatie historici). Men kan dus wel
oordelen over het verleden - als niet meer passend bij het heden, als achterhaald, zo u wenst - maar men kan het daarom niet
véroordelen. (Ik heb het daarbij uiteraard over de gewonere zaken, niet over
excessen als Klintersaas' Holocaust voorbeeld, waarover later meer). Persoonlijk beschouw ik b.v. de doodstraf als onmenselijk, primitief, achterhaald, niet passend bij ons moderne rechtsgevoel e.d., maar ik kan daarom niet alle 17de-eeuwers veroordelen voor wie het de normaalste zaak van de wereld was. Ik kan daardoor echter wél des te meer bewondering opbrengen voor Coornhert die er, tegen de tijdgeest in, vraagtekens bij stelde. Zouden wij echter zijn
Boeventucht lezen alsof het vandaag geschreven was, dan zouden ons de haren te berge rijzen.
Dat ik hier niet religieuze voorbeelden kies (al was Coornhert ook theoloog en dominee), is om te benadrukken dat het gaat om de interpretatie van al het menselijk denken en doen. Iedereen is een kind van zijn tijd, maar alleen gelovigen wordt dat door personen als 1207 en Klintersaas kwalijk genomen. Dat valt overigens niet alleen hen te verwijten, maar ook bepaalde gelovigen, die even krampachtig vast willen houden aan alles wat er in de bijbel geschreven staat en die zich daardoor in allerlei bochten moeten wringen om bepaalde uitspraken en verhalen nog enigszins acceptabel te kunnen maken. Let wel: dat is dus een ander soort acceptabel maken dan de vorm van uitleg waar Gabriël en ik het over hebben.
Er zijn, grofweg, drie manieren van omgaan met de bijbel:
1) Men ziet de bijbel letterlijk als Gods Woord, dat eeuwig en onveranderlijk is. Men houdt daarom onverkort vast aan wat er geschreven staat. Dit is o.a. de opvatting van Amerikaans creationisten, die uit alle macht willen bewijzen dat de aarde toch echt maar 6000 jaar oud is.
2) Men ziet de bijbel in haar geheel als historische bron, als weerslag van hoe mensen in de loop van vele eeuwen over God en Mens hebben nagedacht en dat hebben verwoord. Sommige verhalen zijn historisch, of hebben een historische kern, andere verhalen zijn dat zeker niet en men heeft er geen moeite mee wanneer wetenschappelijke inzichten zich wijzigen. Voor de geloofservaring maakt dat niets uit. De enige uitzondering hierop vormt voor sommigen het verhaal van de opstanding. De veronderstelling dat die niet werkelijk zou hebben plaatsgevonden, is voor hen een brug te ver.
3) Men erkent het menselijke en tijdgebonden karakter, maar houdt vast aan de goddelijke inspiratie. Omdat men God wel als tijdloos en onveranderlijk ziet, kan dit soms tot conflicten leiden naar aanleiding van de in sommige verhalen uitgedragen ethiek en moraal. De, m.i. kwalijke, oplossing waar bepaalde priesters en dominees uit de midden-orthodoxie dan soms voor kiezen is het negeren of zelfs ontkennen van bepaalde intenties. Ik heb het daarbij dus niet over het in historische context plaatsten van bepaalde opvattingen, zoals b.v. de verwerping van homofilie, maar het proberen te ontkennen van het voorkomen van die opvattingen in de bijbel.
@Klintersaas:
Ik zie niet in op welke manier het vasthouden aan een letterlijke interpretatie van de Bijbel niet gepaard kan gaan met de drang om anderen de maat te nemen en de eigen visie op te dringen.
Als u het aan de man brengen van De Wachttoren of De Strijdkreet, evangeliseren, getuigen of het meedoen aan verkiezingen als opdringen van de eigen visie ziet, vooruit, maar ik dacht toch echt aan andere, geweldadiger zaken. U toch ook? (gezien de rest van uw betoog).
Hierbij komt nog een vraag naar u bij me op: Als u uw religieuze opvattingen niet ontleent aan een (letterlijke) interpretatie van de Bijbel, waaraan dan wel?
Wat dacht u van een
niet letterlijke interpretatie?
En hebt u al eens de mogelijkheid overwogen dat men gegrepen kan zijn, geïnspireerd, door iets of iemand, door het voorbeeld van Jezus of de paters uit Westmalle, of door de boodschap van vrede en gerechtigheid?
En weet u wat liefde is en hoe dat voelt? En denkt u dat dat iets te maken heeft met het uit uw hoofd kennen van wetteksten aangaande het huwelijk?
Basbos schreef:Interessant. Meestal worden mensen juist begripvoller als ze meer over een onderwerp lezen en leren.
Als je steeds meer te weten komt over religieus geïnspireerde gruweldaden, denk ik niet dat je daardoor begripvoller wordt, maar er juist een grotere afkeer van krijgt.
Alweer een drogreden.
Waarom pikt u er alleen de gruweldaden uit? Hebt u ooit, de laatste jaren, iets gelezen met een positiever of neutrale houding t.o.v. religie? U vraagt verderop om wat titels, al kunt u niet beloven dat u ze binnen afzienbare tijd zal lezen. Begint u dan maar maar met de twee links naar Karen Armstrong die ik u gaf. Ik zie uw commentaar met belangstelling tegemoet.
Op het gevaar af dat ik iemand mij beschuldigt van een reductio ad Hitlerum: als je steeds meer leest over de wreedheden in concentratiekampen, word je dan begripvoller wat betreft het nazisme?
Dat is inderdaad een
reductio ad Hitlerum. Ga u schamen. Het antwoord is trouwens nee, wat niet zo vreemd is als u religie met nazisme gaat vergelijken.
Vooraleer er gezegd wordt dat ik enkel naar de verschrikkingen van religie kijk en mijn ogen sluit voor de schoonheid ervan: dat doe ik niet, ...
Het is zéér veelzeggend dat u in eerste instantie
slechtheid (verschrikkingen) tegenover
schoonheid plaatst, maar ik wil niet te veel psychologiseren. Laten we ons daarom beperken tot uw tweede opmerking:
... maar ik geloof niet dat de goede dingen die aan religie toeschreven worden - in uw woorden - onversneden religieus geïnspireerd zijn in tegenstelling tot de wandaden ervan
Zoals E. Desart ook al aangaf: hier ligt duidelijk de kern van uw probleem. U bent kennelijk niet in staat onbevooroordeeld naar religie te kijken. Ik kan, zoals ook Mechanieker, zéér terecht, zojuist deed, vraagtekens zetten bij het religieuze karakter van de door u of anderen aangehaalde gruweldaden, maar dat blijft er toch nog altijd allerlei kwalijks over, dar hoeven wij niet moeilijk over te doen. Ik vind dat dan ook niet zo interessant. (Ik kan bovendien uw antwoord wel raden en de welles-nietes discussie die daarop zou volgen). Veel interessanter is daarom de vraag hoe u denkt te weten wat goed en kwaad is. Zijn vele zaken in deze wereld in de ogen van de een niet goed en in die van de ander juist kwaad? Maar ook als we het simpel houden en u als (goddelijke) maatstaf nemen: Zijn er dan niet vele zaken die deels goed en deels kwaad zijn? En hoe gaat u dat onderscheid maken? Wanneer is iets slecht, dus religieus gewïnspreerd en wanneer goed, dus niet religieus geïnspireerd?
U bent dol op het anderen wijzen op drogredene? Dan bent u vast wel vertrouwd met het begrip
Petitio principii.
Dus, samengevat:
Op grond van welke wetenschapstheoretische of filosofische overwegingen kunt u stellen dat het kwade religieus geïnspireerd is, maar het goede niet?
Vergeet alle historische voorbeelden en probeert u eerst daar maar eens een antwoord op te geven, voordat u zichzelf nog verder het moeras in praat.
En dan even kort, maar laat u daardoor
vooral niet afleiden van mijn hoofdvraag: Dat Paus en curie geen toonbeelden zijn van vooruitstrevendheid, is genoegzaam bekend. Het aandragen daarvan draagt niet bij aan de discussie. Het geeft slechts, andermaal, blijk van uw vooringenomenheid en, weliswaar pauselijk gefiatteerde, vooronderstelling dat alleen in Rome geloofszaken worden bepaald. Het simpele bestaan van deze encyklieken bewijst reeds het tegendeel (immers: men hoeft niet te ageren tegen iets dat niet bestaat). Verder hebben de encyclieken vrijwel niets te maken met het letterlijk nemen van de bijbel, maar veel meer met het vasthouden aan bepaalde dogma's, zoals opstanding, maagdelijke geboorte e.d., en met het buiten de deur houden van dikwijls als protestants geziene geloofsopvattingen. Met het niet bestaan van Adam en Eva, om maar bij uw stokpaardje te blijven, heeft dat niets te maken. Dat is voor de RKkerk al heel vroeg geen enkel probleem geweest, net als andere, veel verder gaande theorieën. Mag ik u er b.v. op wijzen dat de uitvinder van de Big Bang theorie een priester was en een gerespecteerd lid, later voorzitter van het Vaticaans Wetenschappelijk Instituut?
Dank u.