peterA schreef:Interessant dat sommige wetenschappers nog steeds het homocentrisme niet overstijgen en een scherpe scheidingslijn willen zien tussen mensen en dieren.Als ik mij laat leiden door logica weet ik (zelfs als leek) 100% zeker dat bewustzijn iets is dat geevolueerd is en dat "lagere" diersoorten er dus een primitievere vorm moeten van bezitten.
De spiegelproef met chimpansees heeft toch bewezen dat die dieren "getraind" kunnen worden in (zelf)bewustzijn.Dat ze er op zijn minst het potentieel voor bezitten.
Kan men stellen dat dieren die op de spiegeltest niet reageren en dus geen zelfbewustzijn hebben ook geen bewustzijn hebben? (omdat zelfbewustzijn een neveneffect van bewustzijn is)
Vanuit de evolutietheorie had ik het eigenlijk nog nooit bekeken... interessant. Volgens mij is het zelfs zo dat er meer wetenschappers van overtuigd zijn dat dieren emoties en pijn niet bewust kunnen ervaren en voelen dan dat er wetenschappers zijn die geloven dat dieren dat wel kunnen.
Als zelfbewustzijn een neveneffect van bewustzijn is, kan het dus heel goed zijn dat bewustzijn eerst evolueert en dat het zelfbewustzijn in een later stadium daar een gevolg van is. Ik denk dus dat de spiegeltest de aanwezigheid van een bewustzijn wel kan aantonen, maar niet kan uitsluiten
Wat de fysiologische reakties bij sporters betreft,niet iedere persoon zal zich in dergelijke situatie "bewust" zijn van de link tussen het (niet)sporten en de reakties,wegens geen kennis terzake,dus hoe beter geinformeerd ,hoe bewuster de persoon is van wat zich bij hem afspeelt.
Dus:
bewustzijn is "groter" bij meer informatie opgeslagen in het geheugen.
bewustzijn is "groter" bij meer corticale activiteit.
De angst in jou "testcase" is dus imo eerder in eerste instantie een gevolg van "limbische" reakties op aanmaak van stoffen en kan in een verder stadium beinvloed worden door bewustzijn.Als de persoon zich bewust is van de fysiologische processen bij sporters kan hij op deze manier de angst relativeren en onderdrukken.
Als hij zich enkel bewust is van de angst zelf, kan hij onzeker worden en in een spiraal terechtkomen waardoor de angst escaleert.
mijn oog/bewustzijn analogie liep inderdaad nogal mank...begraven dus.
Met jouw uitleg ben ik het helemaal eens, ik denk alleen niet dat je daaruit kunt concluderen dat bewustzijn groter is bij meer opgeslagen informatie en meer corticale activiteit. Ik denk dat waar je je wel of niet van bewust bent niet alleen afhangt van de kennis die je hebt, maar ook van waar je je aandacht op richt. Denk bijvoorbeeld aan geneeskunde studenten. Naarmate zij meer leren over het lichaam, ziektes en wat er allemaal mis kan gaan, zie je dat veel van hen hypochondrische klachten krijgen. Evenals de eerder genoemde sporter richten ze in zo'n geval hun aandacht meer op sensaties in het lichaam en interpreteren ze deze sensaties als mogelijke aanwijzingen dat er iets mis kan zijn. De toegenomen kennis zorgt niet automatisch voor een toegenomen vaardigheid tot relativeren. Degenen die goed kunnen relativeren kunnen hun aandacht op de informatie richten die hen hierbij helpt, degenen met een verhoogd risico tot het ontwikkelen van angstklachten (vaak degenen met een grotere gevoeligheid voor lichamelijke sensaties) zullen dezelfde informatie gebruiken om hun angst te verklaren en eerder tot de 'conclusie' komen dat er echt wat aan de hand is en dus nog angstiger worden. De toegenomen kennis en corticale activiteit bepalen dus niet alleen waar iemand zich van bewust is, het is ook van belang waar de aandacht op gericht wordt.
Nu even niet schreef:Voor een deel zal dit wel waar zijn. Maar betekenis zit toch niet alléén in herinnering (en ervaringen)? Want daarmee lijk je te zeggen dat 1) herinneringen 'gehelen' zijn i.e. complete stukken, 2) dat deze gehele stukken betekenis hebben. Maar herinneringen zijn niet (altijd) complete stukken, vaak (meestal?) zijn ze fragmentarisch.
Hoe worden deze kleine stukjes toch een herinnering (zij het een accurate of inaccurate herinnering)? En hoe kunnen deze gefragmenteerde stukjes betekenis geven aan nieuwe binnekomende informatie? Hoe werken de hersenen dan: slaan ze alle data op, maken hiervan een geheel, en geven hier een complete betekenis aan? Het lijkt me dat dit wel een heel geïdealiseerd model is. Je 'maakt' wel degelijk betekenis: gefragmenteerde stukjes hoeven op zichzelf nog geen betekenisvolle herinnering op te leveren. En, als we uitgaan van de hersenen als een vat vol data, hoe gaat het selecteren van de juiste herinnering/betekenis in zijn werk?
Stel: Een paperclip. Naast de paperclip ligt een stukje papier, een gummetje, een schaar etc. Ik zoek een paperclip, ziet het op tafel, pak het op, en klaar. De rest heb ik niet (of amper) opgemerkt. Later denk ik aan de schaar; 'schaar' begint met een 'S'; de naam van mijn moeder begint met een S: ik denk aan mijn moeder. Maar het is niet zo dat de herinnering aan mijn moeder in *die* schaar ligt besloten, op *dat* moment, op *die* tafel, toen ik *die* paperclip zocht, noch is het zo dat *alle* scharen mij aan mijn moeder doen denken.
Ik geloof niet dat je herinnering en betekenis kunt verklaren door de hersenen als een alles opnemende spons te zien die aan alle data betekenis geven op basis van vorige herinneringen, waarna je de juiste (betekenis) er vervolgens alleen maar uit hoeft te vissen. (En wat is trouwen het vissen dan?)
Ik geloof zeker niet dat herinneringen gehelen zijn, maar ik geloof wel dat herinneringen niet willekeurig ergens worden opgeslagen en ik denk dat de locaties waar de delen van een bepaalde herinnering worden opgeslagen afhankelijk zijn van de interpretatie die de hersenen voor het opslaan aan de informatie heeft gegeven. Om de informatie later weer terug te vinden, maken je hersenen gebruik van cues. Wanneer jij op zoek bent naar een schaar, richt je je aandacht op de kenmerken van alle objecten om te zien of die overeenkomen met die van een schaar. Je richt je aandacht dus niet op de gehele objecten, vandaar dat je je daar niet van bewust hoeft te worden. De 'S' in jouw voorbeeld is blijkbaar een cue voor jouw hersenen die naar de naam van je moeder leidt en de naam van je moeder is een cue die jou leidt naar jouw moeder zelf.
Wanneer jij een hond ziet, zien je hersenen cues, zoals de hoogte van het dier, de behaardheid, het aantal poten, maar ook de lichamelijke en emotionele sensaties die je op dat moment hebt, zijn cues die door je hersenen worden gebruikt om de informatie op te halen die jou vertelt wat je nou precies ziet.
'I may be wrong and you may be right, and by an effort, we may get nearer to the truth'
K.R. Popper