Het gaat nu, in dit stadium van de discussie, over de discipline bij de opbouw van een overtuiging als wetmatig bewezen feit. Als voorbeeld van een overtuiging heb ik de wet van Archimedes gegeven. Spreken over discipline is wel eens nuttig, als je zo op dit forum rondkijkt. Axioma"s zijn onbewezen maar als grondslag aanvaarde stellingen. Daar heb ik een eigen plaats voor in het gebied van de visie, niet in het gebied van de overtuiging, hoewel overtuigingen ook met visie interactie hebben. In mijn disciplinaire schema ligt de visie in het midden en wordt van beide zijden gevoed, enerzijds door overtuigingen, waar niets meer tegenin te brengen is, anderzijds door nog steeds discutabele meningen, waar dus het laatste woord nog niet over gezegd is. Voor het wilde denken, dat ons allen als mensen eigen is, blijkt het goed een dergelijk disciplinair onderscheid te maken, om tot vruchtbaar denken te komen. Voorkomen wordt dan, dat men voortbouwt op een misvatting.Mark-H schreef:De feiten zoals door pointer gedefinieerd zijn m.i. deducties uit axioma's met een praktische evidentie.
De uitspraak dat er geen feiten zijn volgens Hildebrand ondersteun ik door het aanvechten van de praktische evidentie van de axioma's
Dit is m.i. niet de houding van iemand die zijn verstand *gebruikt*, maar van iemand die zich *identificeert* met zijn verstand en daarbuiten geen realiteit erkent.
Een materialistische houding is m.i. niet beperkt tot de empirie, maar strekt zich uit tot neuro science. Daarmee past de manier waarop door velen heden ten dage aankijken tegen ratio ook binnen deze materialistische grondhouding.
Om de discussie helder te houden, is het ook van belang de retorische betekenis van de term "materialisme" niet te verwarren met allerlei vaktechnische betekenissen uit diverse vakgebieden. Anders verdwalen wij in discussies over zaken, die er met betrekking tot het onderwerp niet toe doen. Als voorbeeld geef ik de veelvuldig voorkomende vluchtpoging in discussies over mechanistische ideeën, zoals de uitgekauwde vraag, in hoeverre de werking van ons brein te zien is als de werking van een computer. Die kant moet het dus niet op.
De discussie heeft zich toegespitst op de vraag of wij in redelijkheid kunnen aannemen dat er een god is die zich in de bijbel openbaart.
In gezamenlijkheid wordt dit idee ondersteund door Qrnl, Hildebrand en Mark-H en daarin staan zij - ook in dit forum - niet alleen. Dit is in eerste instantie een mening en in mijn disciplinair systeem kun je daar geen kant mee op, omdat ik maar één kant heb om ermee om te gaan, de kant van de visie. Mijn opponenten kunnen echter de kant van geloof kiezen, de kant die bij mij ontbreekt, omdat ik dat luchtfietsen noem.
Het zij zo.
Er zitten echter gevaarlijke kanten aan die openbaringsbetekenis van de bijbel en aangezien dit geloof een sociaal fenomeen is, meen ik daaraan iets te moeten doen, opdat de gelovigen geknakt en gekneveld door het recht op Romeinshumanistische basis, die directieven, zoals hun god die in de bijbel geopenbaard zou hebben, niet in praktijk kunnen brengen en wij allen in vrede kunnen samenleven en in vrijheid discussiëren.
Met een drietal letterlijke tekstbewijzen - die daarom dus nog niet waar zijn, maar die in het kader van geloven voor waar gehouden moeten worden - toon ik aan dat god zijn beloften niet nakomt en dus onbetrouwbaar is. Juist als je in de bijbel gelooft als openbaring van god, kun je dus niet in god geloven, omdat de bijbel duidelijk is over de onbetrouwbaarheid van god.
God zegt: jullie krijgen een land van de Nijl tot aan de Eufraat en dat komt er niet van.
God zegt: wanneer je als koning je houdt aan mijn regels, dan geef ik je een lang leven in voorspoed en vrede en dat komt er niet van.
God zegt: uit het geslacht van David doe ik de Messias voortkomen en dat komt er niet van.
Dan is de onbetrouwbaarheid van god dus geen axioma, maar een aangetoond feit, dit alles binnen het kader van geloven dat de bijbel wél betrouwbaar is als openbaring van god.
De betrouwbaarheid van de bijbel als godsopenbaring is wél een axioma, maar dat axioma deel ik dus niet en dat is weer een ander discussiepunt. Ook wat dit betreft, hebben mijn opponenten het met mij slecht getroffen, want ik ken mijn zaakjes, omdat ikzelf ben opgeleid om dit geloof uit te dragen en heb ingezien, dat dit voor de rede onhoudbaar is.
Welnu, dan blijft over te trachten uit de bijbel, zo geen waarachtige god, dan toch een waarachtige ethiek te destilleren.
Helaas moet dat ook schipbreuk lijden op
a. een uiterst verderfelijk normenstelsel, waarin willekeur overheerst,
b. uitverkiezing en discriminatie, die in flagrante strijd is met gelijkberechtiging en
c. politiek opportunisme, gericht op machtsmonopolie en destructie van alle oppositie.
Nu word ik daar niet vreselijk ongerust van, omdat mijn geestverwanten in de loop der tijd effectief hebben ingegrepen, zodat wij nu allemaal onder dezelfde humane seculiere wetgeving staan. Als de SGP een motie indient, waarin de Regering opgeroepen wordt, om met inzet van leger en politie "de vervloekte afgoderij der paapse mis" uit te roeien, zou dit slechts een kamerbreed bulderend gelach doen opgaan. Wij houden er geen rekening meer mee, dat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis van de SGP het gedeelte, dat dit als een taak ziet van de overheid, nog niet tussen haakjes gezet is, zoals dat door andere protestantse kerken, als een niet meer van toepassing zijnde passage, gedaan is. Het blijft echter broeien, dus waakzaamheid is geboden, hoezeer ook jodendom en christendom zich hebben aangepast door hun bijbelse geloofsplichten te verzaken.
Daarvoor hulde, beste gelovigen. Gooi die homeopathische verdunning van het geloof nu ook maar weg, dan kunnen wij jullie volkomen genezen verklaren.
Evenals de onbetrouwbaarheid van god met letterlijke tekstbewijzen aangetoond is, kan dat met de ethische aspecten gebeuren. Het zal mij geen moeite kosten. Het zou wél lastig zijn, indien ik daarvoor de klaarblijkelijke betekenis of bedoeling van bijbelteksten zou moeten verdraaien, maar dat is niet nodig. Zou er over de betekenis van een tekst gestreden kunnen worden, dan laat ik die liggen, want er blijft altijd genoeg eenduidigheid in andere teksten over.
Natuurlijk is dit frustrerend voor aangepaste gelovigen, want als je ziet, dat er één stukje loszit aan de geloofsredenering, stort de hele boel in mekaar. Daar voel ik mij uiteraard heel gerieflijk bij. Ik hoef slechts te weerleggen dat mijn bijbelkritiek niet steunt op axioma"s als het om mijn bijbelcitaten gaat.
Uiteraard gebruik ik in mijn laboratorium ook axioma"s en ik heb al aangegeven welke plaats die toekomen, maar voor mijn redenering tot nu toe, heb daar nog geen gebruik van gemaakt, wegens de overvloed van onweerlegbare feiten, aangaande het openbaringsgeloof.
Zo is er nog wel meer met tekstcitaten aan te tonen. De door de bijbel geopenbaarde god is onbetrouwbaar,
als schepper een blunderboer,
als heerser een narcistische, megalomane usurpator, zonder een spoor van mensenliefde en
een massamoordenaar, alsmede een aanvoerder van massamoordenaars.
Zijns gelijke in het kwaad is onder de mensen niet te vinden.
Daar is allemaal een massa tekstbewijs voor. Let wel, dat dit niet zegt dat god zich niet elders op een andere manier als een heel andere god zou kunnen openbaren, al is ook dat voor mij geen optie en dat is nu ook niet in discussie.
Als iemand dus zegt: "ik houd van hem"of "ik geloof in hemâ, dan denk ik, laat ik deze in aanleg goede mens, die ernstig besmet is met een buitenaards gedachtevirus, maar eens proberen te genezen van deze ernstige aandoening. Ik prijs me gelukkig dat mijn eerste-hulp-koffertje daartoe goed is uitgerust en ik de axioma"s en deducties rustig in mijn laboratorium kan laten.
Overigens is er natuurlijk niets mis met het gebruik van axioma"s en deducties, maar voor een deductie moet er geredeneerd worden en redeneren doen we in deze discussie slechts over de techniek van het proces der vorming van overtuigingen, heel leerzaam en zijdelings ook relevant, maar dat gaat niet over de zaak zelve.
Dat er staat, wat ik lees, kan iedereen lezen, waar het staat.
Simpel, hè?
Om bij het onderwerp te blijven, lijkt het me niet zinvol, nu in te gaan op onze fantasieën over de big bang en het universum, met mogelijke dwaalwegen naar de scholastiek volgens welke god zich in de natuur openbaart als onbewogen beweger en dergelijke. Dergelijke filosofische bespiegelingen maken geen deel uit van het geloof - in een door de Bijbel geopenbaarde god - als sociaal fenomeen.
Ik wil echter wel een kleine curatieve ingreep doen, door erop te wijzen dat de mens wel gevangen zit in per definitie beperkte mogelijkheden, maar dat dit minder klemmend is, naarmate wij erin slagen, onze zintuigen te verlengen met een keur aan instrumenten.
Een tweede curatieve ingreep is, dat vernieuwend denken over geloof niet een bezigheidstherapie is, maar een bezigheid zonder enige therapeutische werkzaamheid.
Ten slotte is mijn derde curatieve ingreep, dat metafysica ophoudt metafysica te zijn, zodra het is iets is, waar überhaupt over nagedacht kan worden, zodat van pionieren daarin geen enkele progressie in ons denken verwacht kan worden.
Puzzels