tijd is volgens Gödel slechts een gevolg van de waarneming van veranderingen in het universum (bijv. atoom dat uiteenvalt, atoom is op moment 1 nog heel en op moment 2 etc.) door wezens met geheugen. Het idee dat tijd een effectieve ruimte is, een dimensie in de ruimtelijke zin van het woord, is minder logisch dan de stelling dat tijd gewoon interpretatie is van verandering. Volgens Einsteins beroemdste 'uitleg-voor-leken' in een editie van de Encyclopaedia Brittanica - als voorwoord -is z'n idee van tijd als een 'dimensie' bedoeld om deeltjes niet alleen 3 ruimtecoördinaten te geven, maar ook een 'moment' in de tijd, een 'moment' wanneer iets daar en daar is etc. Dit voornamelijk om Heisenbergs onzekerheidsprincipe te kunnen ontkrachten (Einstein met uitspraken als 'God dobbelt niet met het universum'). Ruimtetijd is dus geen science-fiction maar een idee dat deeltjes ruimtecoördinaten hebben maar het ook essentieel is dat er een 'orde in de verandering' in een stelsel van tijdscoördinaten wordt verankerd als het ware.
Ik heb de formules uitgepluisd, maar het valt me telkens op dat men zeer vaag is over 'waarneming' en 'relatief'. De statische mechanica van Newton is idd vrij incorrect, maar Einstein zei zelf dat natuurwetten in elk mogelijk stelsel constant zijn. Als een persoon 'waarneemt' dat een klok trager loopt etc, loopt die klok niet per se trager. Het waarnemen daarvan is voor de echte theorie niet belangrijk, het gaat het 'm over hoe snelheid en massa verbonden zijn. E=mc² wordt zowel berekend uit het spiegelklokprincipe als de theorie van de lichtdruk (E/c). Wat me opvalt is dat er in geen enkel deel van de speciale relativiteitstheorie een mening wordt gegeven over waarom E=mc², dus hoe energie zich 'clustert' tot materie volgens die verhouding. De formules zijn formeel - anders zouden ze geen formules zijn - maar ze zijn niet absoluut zonder een concrete achtergrondkennis die de meeste mensen blijkbaar steeds negeren. Tijd gaat niet trager lopen omdat we dat zo waarnemen. Als iemand reist tegen de snelheid van het licht gaat hij niet minder snel verouderen omdat iemand dat waarneemt. Dat is absoluut niet-Einsteiniaans. Dat waarnemen is een hulpmiddel van Einstein geweest om theorieën over lichtsnelheid tov beweging etc op te stellen, niet meer dan dat. Hij stelt in z'n voorwoord dat een verandering van de ruimte door gravitatie - ruimtekromming - invloed heeft op tijd, net als snelheid dat doet. Tijd is een opeenvolging van natuurwetten, veranderingen, dus als het geheel met een bepaalde snelheid beweegt of onder invloed is van gravitatie, gaat die opeenvolging variëren, dus maw de 'snelheid' van opeenvolging. Daarom zal bij een bep. snelheid of gravitatie een systeem trager of sneller 'verouderen' wat zich idd vaak in entropie manifesteert tov een andere systeem, maar dat op planeet A iets 'gewoon' veroudert, en een terugkerende astronaut 3 jaar ouder is geworden nadat planeet A een veelvoud daarvan verouderd is, kun je niet gewoon pinpointen op 'waarneming', het is duidelijk dat snelheid en gravitatie een letterlijke fysische invloed op materie (en/of energie) hebben, of hun clusters (mensen, etc.), die invloed die zich dus manifesteert in het feit dat de verschillende 'stadia' van verandering, dus 'momenten' zich in een andere mate opvolgen. Dit is waarover de algemene relativiteitstheoria onder andere over gaat.
Verder zijn er nog theoretische natuurkundigen, waaronder de vader van de snarentheorie (Ed Witten), die bezig zijn met een volledig nieuw axiomatisch systeem (beste sinds de door Von Neumann aangepaste Hilbert-ruimte, heb ik gehoord) dat bestaat uit vergevorderde wiskundig-natuurkundige axioma's. Hierin stelt men dat als massa volledig herleid kan worden tot energie, dus energiequanta de eigelijke 'bouwstenen' zijn, men volgens Hilbert-achtige ruimtes de vergelijkingen optimaal zou krijgen als men stelt dat E=m=phi, waarbij phi voor de ruimte staat of een manifestatie daarvan. Deze theorie stelt dus dat energiequanta manifestaties van de ruimte zijn, 'iets' uit het relatieve 'niets', waarin dus het volledige heelal ruimte is en clusteringen van die ruimte tot energiequanta die op hun beurt clusteren tot materie, E=mc² benaderend. Deze theorie lijkt vergezocht, maar dat was, zo stellen z'n makers, ook wat men dacht toen men stelde dat materie een vorm van energie was, of althans dat die 2 verschillende manifestaties van hetzelfde waren (ik denk dat ze daar nog steeds niet uit zijn). In ieder geval is hetgeen materie en/of energie een manifestering van is opgebouwd uit geclusterde ruimte, wat de volgende dingen weet op te lossen:
1. zwaartekracht heeft invloed op de kromming van ruimte, zwaartekracht is kromming van ruimte, verandering van ruimte door manifestatie m en E van ruimte, aanwezigheid van m heeft invloed op ruimte, omdat deze twee samenhangen
2. beweging is terug herleid tot een ander axioma: iets beweegt van punt X naar Y, dit nu niet gewoon in de ruimte, maar is een soort van disintegratie van een deeltje tot 'niet-geclusterde-ruimte' en een bepaalde afstand verder (ik weet nu niet meer of de constante van planck of de planckruimte hier iets mee te maken had, dus don't shoot me) terug 'clustert'. Beweging is dus een golf opeenvolging van verschillende states van ruimte, dus ruimte, energie en dus ook materie zijn een geheel, een eenheid maar met verschillende manifestaties van die axiomatische 'eenheidselementen', namelijk ruimte.
3. big bang is hier dus niet de singulariteit van energie en/of massa op 1 dimensieloos punt, maar gewoon een 'begin van clustering' van ruimte.
4. het geheel der universum zou als neurale netwerken op te lossen zijn, omdat de veranderingen onderling volledig verstrengeld liggen.
Er zijn nog veel onvolledigheden aan deze theorie, zoals een manier om de interactie te bepalen, wetmatigheden in de clustering, redenen tot clustering (wat geeft 'opdracht' tot impuls) etc. Deze theorie is echter zo fundamenteel dat het pure wiskunde betreft, en zoals Wittgenstein en Heidegger al duidelijk wisten te zeggen, is natuurkunde slechts de bestudering van de waarneming van een entiteit (het heelal of de Matrix

) door een andere entiteit (de mens of mensheid), te merken aan het feit dat een een menselijke taal, de wiskunde, gebruiken om natuurkundige fenomenen te beschrijven. Een volledig wiskundige theorie die alle andere experimenteel verkregen dingen weet te verenigen is dus waarschijnlijk de meest logische vorm van de verenigde veldtheorie.
Dit is een zuiver axiomatische theorie die men kan gebruiken om bepaalde dingen handig te berekenen, en men kan ook zeer handig gebruik maken van de theorie van cellulaire automata, chaos-theorie, fractalen, Hilbert-matrices, neurale netwerken, etc. Er zit dus toekomst in. Spannend.