Moderator: jkien
maar bij een ruimte met vaste massadichtheid is er helemaal geen potentiaal volgens mij, immers een voorwerp wat je daarin loslaat blijft gewoon op zijn plek zoals ik al eerder aangaf, dus dan klopt die integraal zowizo niet.
Ja, ik denk bij nader inzien dat dat laatste argument inderdaad niet opgaat bij gebrek aan een rand inderdaad.HansH schreef: ↑di 08 apr 2025, 15:50ik weet niet of ik de link met zwaartekracht kan volgen, maar begrijp ik het goed dat je hier integreert over een volume? punt is denk ik dat bij een contante massadichtheid verdeeld over een oneindig groot volume niet kunt spreken over waar de rand van dat volume is terwijl je die rand hier wel gebruikt.flappelap schreef: ↑di 08 apr 2025, 10:18 Het is een goede vraag, en ik denk dat de oplossing uiteindelijk ligt in randvoorwaarden.
De Einstein- of Poissonvergelijking is een tweede-orde differentiaalvergelijking, die dus tot en met tweede orde afgeleiden relateert aan (energie/massa/impuls)dichtheden. Dus laten we es naar een heel simpele analogie kijken: de tweede orde differentiaalvergelijking
\(
f''(x) = C
\)
met C een constante. Henkie zou nu kunnen redeneren: elk punt x is gelijk, dus op basis van symmetrie zou Henkie verwachten dat de functie zelf ook overal hetzelfde is en dus ook constant. Maar dat klopt uiteraard niet: de algemene oplossing is een tweede orde polynoom, en je hebt vervolgens randcondities nodig om de specifieke oplossing vast te leggen. Die randcondities zullen vervolgens (een deel van je) symmetrie verbreken. Normaliter leggen we randvoorwaarden op waarbij de zwaartekrachtspotentiaal naar nul gaat "op het oneindige".
Een andere manier om hier tegenaan te kijken, is om geodeten te bekijken op een lichaam met constante kromming zoals een bol. Deze geodeten zullen elkaar i.h.a. benaderen of verwijderen.
Nog een laatste manier om hier naar te kijken is om de Poissonvergelijking te schrijven als
\(
\nabla \cdot \nabla \phi = \nabla \cdot g = 4 \pi G \rho
\)
Als je deze vergelijking over het hele universum (met volume V) integreert, dan krijg je
\(
\int_V \nabla \cdot g dV = 4 \pi G M_{tot}
\)
Gauss zegt dat dit een oppervlakte-integraal wordt, waarbij A = dV de rand van het volume V is:
\(
\int_{dV} g \cdot dA = 4 \pi G M_{tot}
\)
Als je de massadichtheid rho als een constante ongelijk aan nul kiest, dan krijg je dus een flux van g, en bestaat de oplossing g = 0 niet.
De wiskunde laat zien dat Newton hier tekort schiet. Je krijgt een divergente integraal. Anderzijds is het natuurlijk ook maar een hypothetische iets dat je modelleert.
Als het universum isotroop en homogeen is, dan kom je op de metriek die ik eerder hier plaatste en zijn er geen andere opties. Als je van die voorwaarden abstractie maakt, dan kan je natuurlijk veel andere metrieken gaan verzinnen.Regor schreef: ↑wo 09 apr 2025, 22:16 1. Wat moet ik mij voorstellen bij krommingen van -2 of +2 in de formule die U gaf in verband met de vorm van het heelal ?
Of is dat zinloos?
2. Kan de vorm van het heelal ook een torus zijn met een binnendiameter nul ?
Welk is de kromming in dit geval?
3. Kan de vorm van het heelal ook een parabolide zijn ?
Welk is de kromming in dit geval ?
waarom zou Newton tekort moeten schieten? je kunt toch gewoon de bijdrage aan de g kracht uitrekenen door de sommatie van bijdragen in alle punten ? via G.M/r^2 met M de massabijdragen van elk punt. vanwege symmetrie in alle richtingen kom je dan op 0.
het effect van 2 massa's op gelijke maar tegenovergestelde afstand zal elkaar precies compenseren qua zwaartekrachtsveld, dus door die symmetrie hou je netto nul over. dus ik weet even niet waar die 1/x bij jou vandaan komt, maar klopt niet volgens mij. Newton werkt toch met 1/x^2 ? plus een richtingsvector?wnvl1 schreef: ↑wo 09 apr 2025, 23:42 Daarom verwees ik naar de integraal
\[
\int_{-2}^{2}\frac{1}{x}dx
\]
als voorbeeld.
Bij die integraal zou je toch ook kunnen zeggen dat links en rechts wegvalt? Toch noemen we die integraal divergent.
In geval van Newton gaat het probleem zijn dat de kracht als je oneindig naar links integreert dat de kracht oneindig groot is. Als je oneindig naar rechts integreert is de kracht ook oneindig. Die twee oneindigen gaan niet zomaar wegvallen en nul worden.
Hetzelfde geldt als je 1/x vervangt door 1/x^2, en in bolsymmetrische gevallen kun je de hoeken eenvoudig uit integreren.HansH schreef: ↑do 10 apr 2025, 05:45het effect van 2 massa's op gelijke maar tegenovergestelde afstand zal elkaar precies compenseren qua zwaartekrachtsveld, dus door die symmetrie hou je netto nul over. dus ik weet even niet waar die 1/x bij jou vandaan komt, maar klopt niet volgens mij. Newton werkt toch met 1/x^2 ? plus een richtingsvector?wnvl1 schreef: ↑wo 09 apr 2025, 23:42 Daarom verwees ik naar de integraal
\[
\int_{-2}^{2}\frac{1}{x}dx
\]
als voorbeeld.
Bij die integraal zou je toch ook kunnen zeggen dat links en rechts wegvalt? Toch noemen we die integraal divergent.
In geval van Newton gaat het probleem zijn dat de kracht als je oneindig naar links integreert dat de kracht oneindig groot is. Als je oneindig naar rechts integreert is de kracht ook oneindig. Die twee oneindigen gaan niet zomaar wegvallen en nul worden.
mooie uitleg, maar de reden waarom de integraal niet convergeert is omdat het rond x=0 naar oneindig gaat. maar in de praktijk convergeert de zwaartekracht prima rond afstand 0. immers in elk voorwerp gebeurt dat. maar de discussie gaat ook niet over o, maar over oneindige afstand. Dus wat heeft deze integraal te maken met het topic?flappelap schreef: ↑do 10 apr 2025, 09:48
Hetzelfde geldt als je 1/x vervangt door 1/x^2, en in bolsymmetrische gevallen kun je de hoeken eenvoudig uit integreren.
Ik denk dat deze uitleg van wnvl1 heel mooi gekozen is: het laat zien wat voor subtiliteiten je krijgt als je met divergente uitdrukkingen gaat rekenen.