vijv schreef: ↑wo 08 apr 2026, 09:32
Nu wordt de stress energietensor gedefinieerd door de translatiesymmetrie van de vier ruimtetijdcoördinaten via Noethers theorema. Hier zitten we met een soort cirkelredenering. We hebben coördinaten nodig voor de afleiding van de stress-energietensor en deze laatste bepaald dan weer hoe de coördinaten zich gedragen. Hier klopt toch iets niet?
De herkomst van de stress-energietensor in de ART is subtieler. Onderstaande (gegenereerd uit een gesprek met chatgpt) is belangrijk om goed te begrijpen voor het inzicht.
----------------------------
In vlakke ruimtetijd kan men via Noethers theorema de stress-energietensor afleiden uit globale translatie-symmetrieën: translatie in de tijd leidt tot behoud van energie en translatie in de ruimte tot behoud van impuls. Dit levert de zogenaamde canonische stress-energietensor op.
In een gekromde ruimtetijd werkt deze redenering echter niet meer rechtstreeks, omdat globale translatie-symmetrieën in het algemeen niet bestaan. Daarom wordt de stress-energietensor in de algemene relativiteitstheorie op een meer fundamentele manier gedefinieerd, namelijk via de materie-actie. Deze heeft de algemene vorm:
\[
S_{\text{materie}} = \int d^4x \, \sqrt{-g} \, \mathcal{L}_{\text{materie}}(\phi, \nabla_\mu \phi, g_{\mu\nu})
\]
Hierin is \(\mathcal{L}_{\text{materie}}\) de Lagrangedichtheid van de materievelden, en \(\sqrt{-g}\) zorgt ervoor dat de integraal invariant is onder coördinatentransformaties. De metriek \(g_{\mu\nu}\) komt zowel expliciet voor in de Lagrangiaan als impliciet via covariante afgeleiden.
De stress-energietensor wordt vervolgens gedefinieerd als de variatie van deze actie naar de metriek:
\[
T_{\mu\nu} = -\frac{2}{\sqrt{-g}} \frac{\delta S_{\text{materie}}}{\delta g^{\mu\nu}}
\]
Deze definitie heeft een duidelijke fysieke betekenis: de tensor beschrijft hoe de materie reageert op veranderingen in de geometrie van de ruimtetijd. Met andere woorden, hij geeft aan hoe energiedichtheid, druk en impulsstromen veranderen wanneer men de metriek lokaal varieert.
Om dit concreet te maken kan men kijken naar een reëel scalair veld. De materie-actie is dan:
\[
S = \int d^4x \, \sqrt{-g} \left(-\frac{1}{2} g^{\mu\nu} \partial_\mu \phi \, \partial_\nu \phi - V(\phi)\right)
\]
Bij variatie naar de metriek moet men rekening houden met twee bijdragen: de variatie van \(\sqrt{-g}\) en die van \(g^{\mu\nu}\) in de kinetische term. Daarbij gebruikt men onder andere:
\[
\delta \sqrt{-g} = -\frac{1}{2} \sqrt{-g} \, g_{\mu\nu} \, \delta g^{\mu\nu}
\]
Na het uitvoeren van de variatie en het verzamelen van termen vindt men:
\[
\delta S = -\frac{1}{2} \int d^4x \, \sqrt{-g} \, T_{\mu\nu} \, \delta g^{\mu\nu}
\]
waaruit direct volgt dat de stress-energietensor gegeven wordt door:
\[
T_{\mu\nu}
=
\partial_\mu \phi \partial_\nu \phi
- g_{\mu\nu} \mathcal{L}
\]
Door de Lagrangiaan expliciet in te vullen krijgt men:
\[
T_{\mu\nu}
=
\partial_\mu \phi \partial_\nu \phi
- g_{\mu\nu} \left[
\frac{1}{2} g^{\alpha\beta} \partial_\alpha \phi \partial_\beta \phi + V(\phi)
\right]
\]
Dit resultaat heeft een duidelijke fysische interpretatie: de component \(T_{00}\) komt overeen met de energiedichtheid, de componenten \(T_{0i}\) met energiestromen en impulsdichtheden, en \(T_{ij}\) beschrijven druk en spanningen.
Voor een homogeen veld reduceert dit tot:
\[
\rho = \frac{1}{2} \dot{\phi}^2 + V(\phi)
\quad,\quad
p = \frac{1}{2} \dot{\phi}^2 - V(\phi)
\]
Samengevat: in de algemene relativiteitstheorie wordt de stress-energietensor fundamenteel gedefinieerd via variatie van de materie-actie naar de metriek, waardoor hij onafhankelijk wordt van globale symmetrieën en consistent kan dienen als bronterm in de Einsteinvergelijkingen.