De eerste was tijdens mijn afstuderen. Ik wilde een siliconenslang om een glazen pipetje schuiven. Het lukte niet zo goed, maar lekker eigenwijs duwde ik gewoon wat harder, i.p.v. water of glycerine te nemen als glijmiddel.
En toen brak dus toch het pipetje...
Ik had een snee in mijn linker wijsvinder (ben links), precies in het vingergewricht en tot op het bot.
Ondanks hechtingen zie je nog steeds een litteken, kan ik mijn vinger niet so strak buigen als alle andere en gaat hij ´s winters, als het koud is, snel tintelen.
De tweede was tijdens het Anorganisch practicum in 1976 (ik was 19 jaar oud). Ik had met succes een aantal metaalcyanocomplexen gemaakt, die ´s nachts, zoals dat toen hoorde, in mijn labtafelkastje stonden te ´rijpen´. ´s Morgens rook heel het kastje naar amandeltjes. De practicumassistent moest erom lachen als wij vroegen of dat echt het beruchte blauwzuur was...
Toen ik klaar was bracht ik de pot KCN naar het magazijn terug en zetten hem op de innamebalie.
BLUNDER !!!
Zet NOOIT een pot KCN op de innamebalie van een chemicaliënmagazijn als je niet zeker weet dat er geen lunchpakketje onder ligt.
De magazijnbediende schold me verrot: hij kon nu wel doodgaan van zijn lunch. Mijn schuld !!! Wie zet er nu een pot KCN op de innamebalie van een chemicaliënmagazijn als er een lunchpakketje onderligt.
(Toen kreeg ik nog een kop als een biet. Ik denk dat ik hem nu nog verrotter terug had gescholden.
Ik ga er maar vanuit dat hij schrok van zijn eigen stommiteit...
Puzzels