Moderator: jkien
Stel dat de mensheid zichzelf binnen 1 miljoen jaar heeft uitgeroeid of op een andere manier is uitgestorven (en dat lijkt me nog ruim gegrepen), dan is er op deze aardbol +/- 1 miljoen jaar lang intelligent leven geweest.
Hier ben ik het niet helemaal mee eens DvR. Want ik denk dat als we nog een paar honderd jaar volhouden op de aarde (in vrede), we qua techniek zo ver zijn dat we gemakkelijk kunnen verkassen (en wel moeten door overbevolking). En als we eenmaal op dat punt gekomen zijn en dus niet meer op 1 planeet wonen, zou ik niet weten hoe we nog uit zouden kunnen sterven. Er zal dan altijd een deel blijven leven en voortplanten denk ik.
"veteraan" er zijn 100 milliard sterrenstelsels vele bevatten meer sterren(zonnen) dan de Melkweg die met 100 miliard sterren + een xaantal planeten deel uit maakt van 20 stelsels waaronder de M31 met 300milliard sterren en een xaantal planeten Volgens de kansberekening moet er meer leven in dit Heelal zijn.Maar voor dat de Homo Sapiens dat kunnen bewijzen is de soort allang uitgestorven.Er zijn biljarden sterren en planeten in het heelal. Het is gewoon niet mogelijk dat wij de enigste schakel van leven zijn, dat is gewoon niet mogelijk met dit getal. Of er leven is buiten onze aarde of het nou in onze melkweg is of daar ver buiten het antwoord is JA.!!
Ergens in die eerste tijdsspanne was de aarde zover afgekoeld dat het water uit de atmosfeer condenseerde en alle laagte in de jonge aardkorst vulde met een oeroceaan. Het leven moet vrij snel daarna zijn ontstaan, dit getuigt het Groenlandse Isua-gesteente. De daarin aangetroffen stoffen kunnen op grond van hun koolstofisotopen, als gevolg van fotosynthetische processen zijn ontstaan.
Dit fotosyntheseproces is de eerste getuigenis van leven op aarde. Zolang er geen gesteente ouder dan 3.8 miljard jaar worden gevonden, zal men het ontstaan van het leven niet nauwkeurig kunnen dateren.
De zuurstofproducerende organisme van de Isue-formatie, hoogstwaarschijnlijk blauwgroene algen ofwel cyanobacteriën , waren de chemische samenstelling van de oeroceaan en de toenmalige atmosfeer reeds aan het veranderen. Immers, de allervroegste atmosfeer bestond voornamelijk uit stikstof en edelgassen, met sporen van water, koolstofdioxide en methaan.
De meeste wetenschappers vermoeden dan in de jonge aardatmosfeer de koolstofdioxydeconcentraties veel hoger was dan tegenwoordig. Zonder het daardoor veroorzaakte en heden ten dage zo gevreesde broeikaseffect, zou de aarde een vroegtijdige vriesdood zijn gestorven. De straling van de jonge zon was veel minder intens dan die nu is.
De vroegste levensprocessen en het ontstaan van veel gesteente uit deze periode laten zich daarmee veel beter verklaren.
Vulkanen
In de begindagen van het bestaan van de aarde spuwden vulkanen overal grote hoeveelheden vers silicaatgesteente uit. Door de verwering van dit gesteente door de inwerking van koolzuur (H2CO3) werden enorme hoeveelheden CO2 gebonden.
De levensvlam
Wanneer het klopt dat de oeratmosfeer CO2- arm was , dan moet de aarde vroeger ook kouder zijn geweest dat tot dusverre wordt verondersteld. Berekeningen van hebben aangetoond dat ondanks de eertijds zo geringe instraling van de zon en ondanks het gemis van een broeikaseffect, de oceanen niet per se tot een grote klomp ijs bevroren zijn geweest. Geringe hoeveelheden methaan en de absorptie van zonnestraling door het donkere vulkanische oppervlak, kunnen de temperatuur voldoende hoog hebben gehouden om een algeheel bevriezen van de aarde te voorkomen. De ondiepe randzeeën zullen herhaaldelijk zijn dichtgevroren. Maar ook in ijs resteren miljarden druppels vloeibaar water met opgeloste zouten en organische stoffen. Elke insluiting is een klein reactie vat waarin eenvoudige moleculen kunnen condenseren tot steeds ingewikkelder verbindingen.
Om de levensvlam te ontsteken zou één minireactievat met daarin de juiste, voor reproduktie nodige DNA -hoeveelheid, toereikend zijn geweest. De natuur stond hiervoor ongeveer 500 miljoen jaar experimenteren te beschikking.
Mogelijk gebruikten de oercellen voor hun stofwisseling uitsluitend abiotisch geproduceerde organische moleculen. De uitvinding van de fotosynthese kort na het ontstaan van het leven was een ongeëvenaard succes, anders was de levensvlam uit brandstofgebrek gedoofd. De eerste fotosynthetische organisme waren waarschijnlijk cyanobacteriën. Deze bezitten, zoals alle bacteriën, geen echte celkern en kunnen, net zoals planten, via fotosynthese zuurstof produceren. Door symbiose zijn veel ingewikkelder organisme ontstaan.
Leven is een buitengewoon zeldzaam verschijnsel en dat het ontstaan ervan afhangt van een reeks samenhangende factoren of toevalligheden. Er zijn echter ontdekkingen gedaan en experimenten verricht die erop wijzen dat de bouwstenen voor het leven, organische moleculen zoals aminozuren, heel gemakkelijk gevormd kunnen worden en dat niet alleen onder nagebootste omstandigheden van de primitieve Aarde, maar ook onder de onaardse omstandigheden in de ruimte.
In 1951 zetten Harold C .Urey en Stanley L. Miller een reeks befaamd geworden laboratoriumproeven op, om te onderzoeken of energiebronnen die aanwezig kunnen zijn geweest op de primitieve Aarde, blikseminslag, schokgolven van meteoren, ultraviolette straling, warmte, de synthese van organische stoffen uit de veronderstelde gassen van de oeratmosfeer op gang kunnen hebben gebracht. Ze namen aan dat de oeratmosfeer zuurstofloos was en grotendeels bestond uit waterstof, methaan, ammonia en water. Ze kozen voor elektrische ontladingen als energie bron. Al na een week ontstonden er aldehyde, vetzuren en aminozuren. Onder de laatste waren er vier die essentieel zijn voor het leven. Andere mengsels van gassen, met koolstofmonoxide, kooldioxyde en stikstof, waarvan men het later aannemelijk achtte dat zij in de aardse oeratmosfeer voorkwamen, bleken net zo produktief te zijn.
Sidney W .Fox ,experimenteerde met droge mengsels van zuivere aminozuren bij temperaturen van 130 °C. Er ontstonden binnen enkele uren eiwitachtige polymeren. Deze bleken in een geconcentreerde waterige oplossing bij hoge temperaturen kleine bolletjes ( protocellen) te vormen die de afmetingen van een bacterie hadden en een grenslaag vormden die op een dubbelgelaagde membraan leek. Ze bleken onder bepaalde omstandigheden ook te kunnen groeien en zich zelfs door knoopvorming te kunnen delen. Preparaten van zulke protocellen bleken de afbraak van glucose te kunnen katalyseren of te fungeren als enzymen. Ook andere onderzoekers hebben met protocellen geëxperimenteerd.
Natuurlijk is zon protocel nog geen levend wezen, maar de experimenten laten wel zien dat op leven lijkende gedrag kan ontstaan uit fysisch-chemische processen die zich hebben voorgedaan in de oeratmosfeer van de Aarde.
Hoyle en Winckramasinghe zijn er zelfs zeker van dat de organische bouwstoffen en zelfs virussen en bacteriën via kometen en meteorieten op Aarde terecht zijn gekomen. Nu zijn er tal van aanwijzingen dat meteorieten organische moleculen bevatten, zoals alcoholen en vetzuren. Er zijn zelfs onderzoekers die DNA-structuren hebben ontdekt in meteorieten, maar dat is tot op heden nog niet bevestigd. Bovendien zijn er zeer recent bacteriën gevonden in de nabijheid van zwavelbronnen op de oceaanbodem , op een diepte van 2650 meter, bij een temperatuur van 250 °C en een druk van 250 atmosfeer. Dit wijst er alweer op dat het verschijnsel leven onder heel extreme omstandigheden kan voorkomen.
Hoewel veel van onze kennis over het ontstaan van het zonnestelsel en van het leven nog op vermoedens berust, zou het wel kunnen dat leven niet echt zeldzame verschijnselen zijn.
dit is niet echt ene speciale theorie. Leren ze gewoon in de scholen aan en is tot nu toe de meest aanvaarde.Mart!jn schreef:ik heb eens een theorie gelezen die heel anders gaat.
die theorie ging dus over het ontstaan van leven.
ze gingen er van uit dat de atmosphere in het begin helemaal niet zo was als die nu is.
hij had nagenoeg geen zuurstof en heeel veel koolstofdioxide
toen kwamen er organismen die zuurstof vormden en koolstofdioxide wegnamen(fotosynthese)
Als je info ergens zet, is het altijd leuk om ook bronnen te vermelden.
hoe kwam je daar dan aan, want ik vond niet direct een bron in het artikel.