HansH schreef: ↑za 20 dec 2025, 19:23
Professor Puntje schreef: ↑za 20 dec 2025, 18:55
Een potloodje is geen tensor maar zekere aspecten van een potloodje kunnen door een tensor gerepresenteerd worden.
De tensor is dan het potloodje dat op een bepaalde manier gerepresenteerd wordt door een combinatie van basisvectoren en coordinaten die steeds hetzelfde potloodje opleveren.
Dat samen is dan het 'object' tensor zoals ik het nu begrijp. Het potloodje als zodanig is dus maar een deel van het tensor object. je moet het dus als compleet object zien om het een tensor ter mogen noemen als ik het goed begrijp.
Het potloodje is het complete object. Maar dit kan beschreven worden door een lineaire combinatie van een aantal basispotlootjes. De basispotloodjes samen met de componenten (ook verwarrend coördinaten genoemd) bevatten alle info over het oorspronkelijke potloodje.
Ook in de filmpjes worden assenstelsels en basisvectoren door elkaar gebruikt en met elkaar verward.
Daarom nog eens duidelijk stellen:
Een vector is een element van een vectorruimte.
Een vectorruimte is uitgerust met een bewerking plus en een scalair product die aan bepaalde eigenschappen voldoen .
De voornaamste eigenschap (lineariteit) is dat a.
v+b.
u terug een vector is met a en b scalars en
u en
vvectoren
Door de eigenschappen van de vectorruimte kun je een basis definiëren, dit is een minimum set van vectoren die door lineaire combinatie alle andere vectoren kunnen vormen.
Deze basis set van vectoren is niet uniek, max er bestaan verschillende basissen in een vectorruimte.
De componenten van een vector in de ene basis kun je transformeren naar de componenten van diezelfde vector in een ander basis.
Dit wordt soms verwarrend een coördinatentransformatie genoemd maar heeft niets met coördinatenstelsels (assenstelsels) te maken.
Alle vectorruimtes hebben dezelfde transformatieregels (contravariant) : Verdubbel ik de basisvectoren dan halveren de componenten.
Dit geld ook voor de zogenaamde duale ruimtes.
Tot hier de basic vectorruimte.
Een tensor is een product van twee vectorruimtes en is op zichzelf terug een vectorruimte.
Tot hier toe is er nog geen sprake over lengte van een vector, hoeken tussen twee vectoren, etc.
Om dit te bekomen moet er een extra structuur worden toegevoegd aan de vectorruimte, nl het inproduct.
Met het inproduct kunnen we de lengte van een vector berekenen.
We willen echter dat de lengte van een vector onafhankelijk is de gekozen basis.
Dit kan niet met de componenten van een vector op zich, en er moet daarom een nieuwe vectorruimte gecreëerd worden, de duale ruimte.
De duale ruimte is de verzameling van lineaire functies van V naar R, maw een element van de duale ruimte stuurt elke vector naar een getal in R
We eisen dat de basis van de duale ruimte via het inproduct verbonden is met de basisvectoren van de oorspronkelijke vectorruimte.
Hierdoor zullen de componenten van de duale vectorruimte omgekeerd transformeren als de componenten van de oorspronkelijke vectorruimte bij een verandering van de basis van de oorspronkelijke vectorruimte.
Samengevat : basis veranderd in de oorspronkelijke vectorruimte->componenten veranderen contravariant
basis verandert in de duale ruimte -> componenten veranderen contravariant
basis verandert in de vectorruimte-> basis duale ruimte verandert contravariant, hierdoor veranderen de componenten van de duale ruimte covariant bij een verandering van basis in de vectorruimte.
Doordat de componenten van beide ruimtes omgekeerd ten opzichte van elkaar veranderen bij verandering van de basis kan er een product gemaakt worden dat onafhankelijk is van de gekozen basis.
Assenstelsel zijn tot hier toe niet nog niet vermeld geweest.
In de ART beschrijven we de ruimte en is er nood aan assenstelsel. Maar dat is een hoofdstuk op zich.
Het komt er op neer dat we daar de de basisvectoren van de vectorruimte (de raakruimte) koppelen aan de assenstelsels. Een ander assenstelsel geeft dus andere basisvectoren. Hierdoor lijkt het alsof de componenten transformeren bij assenstelseltransformatie.
Bovenstaand geld eigenlijk enkel voor eindig dimensionale vectorruimtes.
Voor oneindig dimensionale vectorruimtes is er een bijkomende eis aan het inproduct (metrische volledigheid). Zullk een vektorruimte noemen we een Hilbertruimte. Deze worden gebruikt in QM
Als je dit alles begrijpt, begrijp je vectoren en tensoren.