Peter Opdebeeck maakt nuttige opmerkingen over de waarde van pi in diverse soorten meetkundes, maar het is zelfs erger dan hij zegt. In de eerste plaats is er helemaal geen vaste verhouding tussen omtrek en diameter van een cirkel, zelfs niet in 'zuivere' types van niet-euclidische meetkunde waarin de ruimte op alle plaatsen er hetzelfde uitziet. De verhouding hangt af van de straal van de cirkel.
Verder is er evenmin een vaste verhouding tussen oppervlakte van een cirkel en het kwadraat van de straal. Op aarde moet je overigens een heel grote cirkel nemen om een meetbaar verschil te vinden tussen de situatie op een plat vlak en op een bol. (Bij een cirkel met een straal van 16 kilometer wijkt de omtrek van een kilometer of 100 ongeveer 10 cm af van de formule, tenminste op een volkomen gladde aarde). Afwijkingen ten gevolge van de zwaartekracht zijn al helemaal onmeetbaar klein.
Smulders komt met een waanzinnig ingewikkelde constructie van de 'waarde van pi' die hij niet eens kan uitrekenen. Er komt de tangens van 72graden uit, oftewel 3,0776835, afgerond 3,08. Dat is nog een stuk slechter dan wat de Egyptenaren dachten (die hielden het op 3 1/8 = 3,125). De reden dat Smulders denkt dat de bolling van de aarde op kleine schaal detecteerbaar is, lijkt te zijn dat hij eens een cementen vloertje niet waterpas kon krijgen.
De gedachte dat geheime genootschappen zijn povere constructie krampachtig geheim hebben gehouden, maar haar nochtans in tal van artefacten verwerkt hebben,is te hilarisch voor woorden.
Puzzels