Op dit punt dacht ik er even over om maar af te haken en ergens anders mijn filosofische oefeningen te gaan doen. Hier is een gelovige aan het woord die de werkelijkheid niet kan accepteren (rotzooi, tumult, lijden, sterven) en niet kan geloven dat de luchtkastelen luchtkastelen zijn. Wat beter luchtkasteel dan de hemel?Hildebrand schreef:Laat ik het zo stellen: als jij meent dat deze wereld met al zijn rotzooi en tumult en niet te vergeten heel veel lijden, gewoon door moet kunnen blijven draaien waarbij mensen geëxploiteerd worden, ziekten krijgen en sterven, dan vind ik die wens behoorlijk luguber. Wellicht bestaat er bij jou angst voor het onbekende, je bent immers ongelovig en weet niet wat het betekent christen te zijn. God heeft voor de mensen geen slavenbestaan weggelegd maar een gezamelijk toekomst met hem in eeuwigheid. Niet als ja-zeggende robot zonder identiteit, maar als volwaardig mens die volledig kan groeien in de rol die hij binnen de dan nieuwe werkelijkheid verkiest te hebben, op volmaakte wijze.
Ik denk niet dat Jezus en de apostelen hun leven hebben gegeven voor het bouwen van luchtkastelen.
Ik voel me ook aangesproken door iemand die zegt dat je als ongelovige niet weet wat het is om christen te zijn. Nou, dat weet ik heel goed: Bedreigd worden met hel en verdoemenis, je schuldcomplexen laten aanpraten voor de normaalste menselijke gedachten en handelingen, moeten geloven dat maagden zwanger kunnen worden van geesten, dat een man (dus met een XY chromosoom) zijn Y van een onstoffelijke geest kan krijgen, dat de natuur een grote foptuin is die er tot in het meest minutieuze detail uit ziet of ze ge-evolueerd is maar niettemin het gevolg van een scheppingsdaad is, dat mensen onstoffelijke zielen hebben die eeuwig leven hebben dat niet biologisch is, dat wonderen kunnen hoewel ze pas wonderen genoemd mogen worden als is bewezen dat ze niet kunnen, dat een almachtige god kinderen geboren laat worden met de meest afgrijselijke afwijkingen, en dat je daar als ouder dan dankbaar voor moet zijn, en zo kan ik nog even doorgaan.
Ik vond het nogal treurig, zo'n vervreemding van de werkelijkheid. Daarom ben ik, na het overwinnen van een hoop weerstand van mijn christelijke omgeving, vrolijk op zoek gegaan naar een wat logischer wereldbeeld. Ik ben er nog lang niet, maar ik val van de ene verbazing in de andere, zo prachtig ingewikkeld zit alles in elkaar. Ik laat me die verwondering niet meer afnemen en ik hoop dat er pas een einde aan komt als ik de pijp uit ga. Daarna hou ik op te bestaan, hetgeen een vorm van volmaaktheid is waar ik niet om kan treuren. Dat doe ik wel om onvervulbare beloften, die ik dus verkies niet te geloven.
Puzzels