De vragen:
Vraag 1
(a) Los op:
\(\cos(4\theta) = \cos(3\theta)\)
(b) De getallen
\(\cos\left( \frac{2\pi}{7} \right)\)
,
\(\cos\left( \frac{4\pi}{7} \right)\)
en
\(\cos\left( \frac{6\pi}{7} \right)\)
zijn wortels van een vergelijking van de vorm
\(ax^3+bx^2+cx+d = 0\)
met
\(a,b,c,d\)
gehele getallen. Bepaal deze gehele getallen.
Vraag 2
Gegeven is een gelijkzijdige driehoek ABC en een punt P op de zijde [AB]. De loodlijn in P op AB snijdt de rechte BC in een punt Q. De loodlijn in Q op BC snijdt de rechte AC in een punt R. De loodlijn in R op AC snijdt de rechte AB in een punt S. Duaal laten we de loodlijn uit P neer op BC, met voetpunt Q'. Daarna laten we de loodlijn uit Q' neer op AC, met voetpunt R' en ten slotte laten we de loodlijn uit R' neer op AB met voetpunt S'. Waar ligt P op [AB], als S = S'? Met andere woorden, bepaal de verhouding
\(\frac{|PB|}{|AB|}\)
.
Vraag 3
Aan een grote ronde talen zitten 60 sprookjesfiguren: elfjes en trollen. De trollen in dit gezelschap liegen altijd, de elfjes spreken altijd de waarheid, tenzij ze zich vergissen. Iedereen beweert tussen een elfje en een trol te zitten, maar twee elfjes vergissen zich. Hoeveel trollen zitten aan deze tafel?
Vraag 4
Bepaal alle functies
\(f: \mathbb{R} \backslash {0,1} \to \mathbb{R}\)
waarvoor
\(f(x) + f\left( \frac{1}{1-x} \right) = 1 + \frac{1}{x(1-x)}\)
.