Professor Puntje schreef: ↑di 31 mar 2026, 09:44
Het is wel zinvol, en het feit dat het voorbeeld van een leeg universum met enkel gravitatie-golven een krachtig tegenargument tegen het relationisme is bewijst dat er ook zinvol over te argumenteren valt.
Wat een mens zinvol vindt, is natuurlijk subjectief. Ik vind het in elk geval niet zinvol, maar als jij het betekenisvol vindt, dan is dat zo.
Zoals ik in de openingstopic al gesteld heb is hier geen juist of fout antwoord. Zelf neig ik naar het relationisme en is het hier bijna aan inherent dat het wel of niet bestaan minder relevant is. Voor mij tellen au fond enkel de wiskundige formules van het model. Verklaringen (ontologie) is om die formules aanschouwelijk te maken maar niet om als "realiteit" te zien. "Het niet bestaan" wordt in die zin dan ook ; izoals Flappelap stelt, beter beschreven als emergent.
Wat ik wel merk hier op forum is dat de mensen die eerder aan de kant staan van het substanvalisme het moeilijker hebben met formules ansich. Ik verwijs hiervoor naar discussies over relativistische massa, de heen en weer lichtsnelheid...
Aan alles een fysische werkelijkheid willen toekennen staat volgens mij het echt goed begrijpen van een theorie soms in de weg.
Let op dit is zeker geen verwijt en en persoonlijke visie die uiteraard fout kan zijn.
Skycenter schreef: ↑do 02 apr 2026, 07:24
Volgens mij is alles iets (ook zwaartekracht en magnetisme) of niets (lege ruimte).
Waarom zouden natuurwetten afhankelijk moeten zijn van of een ruimte leeg is of niet.
Echt leeg kan zowizo al nooit vanwege de altijd aanwezige processen die deeltjes en antideeltjes creeren.
Het is vooral een kwestie van wel of niet de moeite nemen om meer dan een A4-tje over een onderwerp te lezen, en te herlezen, en zo nodig nog weer eens te herlezen. Niet alles kan in Jip-en-janneketaal worden uitgelegd. Maar ja - het is altijd makkelijker om anderen de schuld te geven (in dit geval de mensen die het wel begrijpen maar het zogenaamd niet goed zouden weten uit te leggen), dan om de eigen onwil tot serieuze studie op universitair niveau onder ogen te zien.
Skycenter schreef: ↑do 02 apr 2026, 07:24
Volgens mij is alles iets (ook zwaartekracht en magnetisme) of niets (lege ruimte).
Waarom zouden natuurwetten afhankelijk moeten zijn van of een ruimte leeg is of niet.
Echt leeg kan zowizo al nooit vanwege de altijd aanwezige processen die deeltjes en antideeltjes creeren.
Skycenter schreef: ↑do 02 apr 2026, 07:24
Volgens mij is alles iets (ook zwaartekracht en magnetisme) of niets (lege ruimte).
Waarom zouden natuurwetten afhankelijk moeten zijn van of een ruimte leeg is of niet.
Echt leeg kan zowizo al nooit vanwege de altijd aanwezige processen die deeltjes en antideeltjes creeren.
In een ballenbad is er nog lege ruimte tussen de ballen zodat de ballen kunnen bewegen.
Er moet wel zo iets als lege ruimte bestaan.
Het woord "deeltje" zegt het toch zelf. Het is een deel. Een deel van de ruimte dan.
Om even terug te komen tot de vraag in de topic. Bestaat ruimtetijd.
Ja natuurlijk, waarom zou ze niet bestaan ?
Zelfs al is er maar 1 deeltje in het universum.
Het atoom heeft een afmeting ...... neemt dus "ruimte" in beslag ............. dus "ruimte" bestaat.
In het atoom zijn er deeltjes die bewegen ... bewegen is veranderen ...... om te veranderen is "tijd" nodig ... dus "tijd" bestaat.
Het bestaan van het deeltje vereist dus "ruimtetijd" die bestaat.
Zo simpel zie ik dat.
is ruimte dan een eigenschap van de deeltjes die erin zitten? lijkt mij niet. Ruimte is iets waar deeltjes in kunnen voorkomen en de tijd zit er zowizo ook al in. Als er in een ruimte geen klok hangt kun je niet zeggen dat er op dat moment dan geen tijd is.
Misschien moeten we het debat wat verdiepen en de simpele huis en tuin intuitie wat achterwege laten.
Is er iemand bekent met het verband tussen meetbaarheid en duale ruimten en de consequenties hiervan op de algemene relativiteitstheorie? Volgens mij is dit een erg interessante piste om de hedendaagse visie op die theorie te begrijpen.
Ter verduidelijking de uitwerking van AI.
---------------------------------------------
Er bestaat wel degelijk een verband tussen meetbaarheid, duale ruimten en de algemene relativiteitstheorie, al wordt dit zelden expliciet zo geformuleerd. In essentie komt het erop neer dat wat we “meetbaar” noemen, wiskundig beschreven kan worden als een functionaal op een ruimte van toestanden.
Meer concreet kan men stellen dat een fysische toestand wordt voorgesteld door een vector \( v \) in een vectorruimte \( V \), terwijl een meetbare grootheid overeenkomt met een element \( \omega \) uit de duale ruimte \( V^* \). Een meting zelf is dan niets anders dan de evaluatie van deze duale vector op de toestand, dus \( \omega(v) \).
In de algemene relativiteitstheorie verschijnt deze structuur impliciet via het onderscheid tussen vectoren en covectoren. Vectoren behoren tot de raakruimte \( T_p M \), terwijl covectoren elementen zijn van de duale ruimte \( T_p^* M \). Fysisch gezien kan men vectoren interpreteren als bijvoorbeeld snelheden of verplaatsingen, terwijl covectoren overeenkomen met grootheden zoals gradiënten of impulsen die effectief gemeten worden.
De metrische tensor \( g_{\mu\nu} \) speelt hierbij een centrale rol, omdat zij een brug vormt tussen vectoren en covectoren. Via de relatie \( v^\mu \mapsto g_{\mu\nu} v^\nu \) kan men een vector omzetten in een covector. Dit is fysisch belangrijk omdat de metriek bepaalt hoe afstanden en tijden gemeten worden, en dus welke grootheden effectief observeerbaar zijn.
Een belangrijk inzicht is dat een meting in de relativiteitstheorie altijd kan worden gezien als een projectie. Wiskundig betekent dit dat een meetwaarde gegeven wordt door een expressie van de vorm \( \omega(v) \), waarbij \( v \) het fysische object voorstelt en \( \omega \) het meetproces of de observabele. Dit benadrukt dat meetbaarheid intrinsiek verbonden is met de duale structuur van de theorie.
Verder komt dit ook terug in de Einstein-vergelijkingen \( G_{\mu\nu} = 8\pi T_{\mu\nu} \). De energie-impulstensor \( T_{\mu\nu} \) kan geïnterpreteerd worden als een object dat, via contracties met vectoren, meetbare grootheden oplevert. Opnieuw zien we hier dat fysische informatie tot stand komt door interactie tussen objecten en hun duale tegenhangers.
Ten slotte impliceert de covariantie van de algemene relativiteit dat er geen absolute meetwaarden bestaan, maar enkel invarianties onder coördinatentransformaties. Dit betekent dat meetbaarheid altijd afhankelijk is van de gekozen projectie, en dus opnieuw van de onderliggende duale structuur.
Samengevat kan men stellen dat meetbaarheid in de algemene relativiteitstheorie fundamenteel neerkomt op het toepassen van duale elementen op fysische toestanden. De metriek bepaalt hoe deze koppeling gebeurt, en daarmee ook hoe de geometrie van de ruimtetijd zich vertaalt naar fysisch waarneembare grootheden.
Bij het opstellen van mijn bijdragen maak ik regelmatig gebruik van AI als hulpmiddel voor analyse en formulering