Wat denk je zelf ? Zou(den) de schrijver(s)van Genesis dit niet opgevallen zijn, of de samenstellers ?Wat betreft de tegenstrijdigheden van de Bijbel: een tegenstrijdigheid die ik vaak aanhaal is die tussen Genesis 1 en 2. Mijn geschiedenisleerkracht vertelde me eens dat hij, toen hij daarover een vraag stelde op een bijeenkomst van creationisten, de gastspreker daar niet zo op gesteld was.
Of zouden ze dat doelbewust hebben laten staan. Heb je deze mogelijkheid niet overwogen ?
Ieder geval heeft het weinig met tegenstijdigheid te maken. Alleen als je het letterlijk leest/interpreteert zoals jij en je creationistische evenkniëen dat doen.
Het letterlijk nemen "als geschiedenis", als 'ontstaangeschiedenis' is zo'n beetje de slechtste manier om deze teksten te benaderen. Dat we deze teksten niet letterlijk moeten nemen, maar als religieuze verbeelding laat de schriftkritiek, de tekstkritiek en nog andere disciplines van het Historisch-Kritisch onderzoek ons zien.
Genesis blijkt het jongste boek te zijn van de Torah.
Bedoeld als 'inleíding' op Exodus. Genesis eindigd ook in Egypte met de dood van Jozef.
Exodus begint in Egypte.
Genesis, met name het scheppingsverhaal of verhalen zijn een joodse getuigenis, een joodse geloofsbelijdenis.
Gen.2:18 is als het ware een aanvulling op Gen.1 De mens is meer dan uit Gen.1 zou kunnen blijken.
Vandaar dat de tekst in Gen.2:4,5 als het ware zegt: 'Davar acheer' (= 'nu een andere kant van de zaak' of 'nu een andere benadering'):
"Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden ten tijde dat JHWH de aarde schiep (...)"
En er was nog geen mens om de aardbodem te dienen (of: bewerken)
En dan krijg je de teksten van het Hof van Eden....
Het gaat in deze twee scheppingsverhalen om een goddelijke opdracht en een menselijke mogelijkheid.
In Gen. 2 gaat het er om dat de mens niet moet heersen, maar om bewaren, niet om veroveren maar om leiden.
De mens blijkt niet alleen te zijn; naast de man, de mannin (Hebreeuws 'Ischj' en 'Ischja': ook hier weer woorden met dezelfde stam), de vrouw, de parther van de man, net zoals Joodse volk Gods partner is.
Dus God die de vrouw (gelijkwaardig aan de man, vandaar de rib, dicht bij het hart) aan de mens voorstelt en die zich als de gevende openbaart.
God schenkt (BARA = scheppen= schenken) mens en schepping aan elkaar en man en vrouw aan elkaar.
De naam van God in Gen.2 verwijst naar de openbaring op Sinaï. JHWH (spreek uit: Adonai) is zijn verbondsnaam.
Het gaat hier ten diepste in Gen.2 om een verbond: tussen mens en mens en tussen God en mens. God is hier niet de vijand, de afgunstige, maar vader en vriend. De relatie met God behoort tot de gegeven (geschapen,geschonken) mogelijkheid: de mens heeft het in zich om naar die mogelijkheid te leven. De weg daartoe is wat in de joodse traditie bekend staat als de 'HaLaCHa'. (= wandelen).
In de HaLaCHa wordt de wandel van de mens (HaLaCHa) tot dienst aan God, mens en wereld.
Gabriël
(P.S. En nog even voor de duidelijkheid:
Deze 2 scheppingverhalen hebben niets met 'evolutie'of met 'evolutietheorie' te maken.
Het gaat hier niet om een grijs ver..ver verleden, miljoenen jaren geleden. Onzin.
Genesis gaat over wording, over menswording en is op het heden en de toekomst gericht.)
Gabriël
Puzzels