ik zit met een vraag over biologie die op het toelatingsexamen in juli 2002 gesteld geweest is die ik maar niet opgelost krijg.
De vraag:
Gegeven een aantal uitspraken over de menstruatie:
1)Is het afstoten van een deel van het baarmoederslijmvlies
2)Is het afstoten van een niet-bevruchte eicel
3)Ontstaat doordat het ovarium meer hypofysair LH produceert
4)Ontstaat doordat het ovarium minder hypofysair LH produceert
A) 1 en 2
B) 1 en 4
C) 2 en 3
D) 2 en 4
Mij leek het juiste antwoord B.
Mijn redenering was:
Stelling 1 is juist.
Stelling 2 is fout want de niet-bevruchte eicel wordt na 24 u na de ovulatie afgestoten en door witte bloedcellen opgeruimd, terwijl de menstruatie pas twee weken later begint.
Stelling 3 is fout want meer hypofysair LH zorgt voor een toename van de oestrogeenproductie en oestrogeen leidt tot een instandhouding van het baarmoederslijmvlies.
Stelling 4 is juist want afname van het hypofysair LH zorgt voor een afname van de oestrogeenproductie hetgeen leidt tot een afstoting van het baarmoederslijmvlies hetgeen tot menstruatie leidt.
Dit had ik op het forum gezet van http://www.toelatingsexamen-geneeskunde.be/ want hun antwoord bleek A te zijn, waarop ik de reactie kreeg:
"Over stelling 4: er staat dat het ovarium minder hypofysair LH produceert.. maar het is de hypofyse die dit produceert natuurlijk.
stelling 2: de eicel wordt dan toch tijdens de menstruatie uitgestoten uit het lichaam.
Of ben je niet akkoord om op deze manier naar deze vraag te kijken?
Natuurlijk heeft deze persoon gelijk over het feit dat het ovarium niets gaat produceren (ik weet ook dat het de hypothalamus is die de hypofyse LH gaat laten produceren) maar dat stelling 2 juist is lijkt mij ook onwaarschijnlijk. Ik heb zelfs letterlijk in mijn cursus van het vijfde middelbaar staan dat de menstruatie NIET de niet-bevruchte eicel uitstoot.
Wat is nu het juiste antwoord?
Ik hoop dat jullie mij kunnen helpen.
Mvg,
Yannick.
Puzzels