Ik ga morgen mee doen aan het toelatingsexamen voor (tand)arts.
Ik heb wat voorbeeldvragen van de biologieolympiade proberen op te lossen omdat er toch redelijk veel van deze vragen op het examen gebruikt worden. Maar twee vragen kon ik niet beantwoorden en heb ook geen idee hoe ik deze twee moet oplossen al is het antwoord gegeven.
Het gaat over vraag 49 en 69 op de site http://www.vob-ond.be/Olympiades/Vlaamse%2...eeldvragen.html
Dit zijn de vragen:
49. Een groep planten staat in het donker. Per uur verbruiken ze (onder normale omstandigheden van temperatuur en druk) 1,92 g zuurstofgas. Na 10 uur zullen ze:
A. 1 mol glucose geoxideerd hebben;
B. 36 g glucose geoxideerd hebben;
C. 2,64 g C02 geproduceerd hebben;
D. 13,411iter C02 geproduceerd hebben.
69. Bij tomaten is het allel voor ronde vruchten dominant over dat voor langwerpige vruchten. Het allel voor gladde vruchten is dominant over dat voor fluweelachtige vruchten. Bij de kruising van twee tomatenrassen ontstaat een uniforme Fl.
Door zelfbestuiving van de Fl ontstaat de volgende F2:
75 planten met ronde, fluweelachtige tomaten;
148 planten met ronde, gladde tomaten;
72 planten met langwerpige, gladde tomaten.
Wat is het fenotype van de twee gekruiste tomatenrassen?
A. rond, glad x rond, glad
B. rond, glad x langwerpig, fluweelachtig
C. rond, fluweelachtig x langwerpig, glad
D. langwerpig, fluweelachtig x langwerpig, fluweelachtig
Het juiste antwoord bij 49 is D en het juiste antwoord bij 69 is C.
Bij vraag 49: Ik dacht dat planten altijd CO2 verbruikten en O2 afgaven maar toch is dit in dit geval niet zo. (Ik moet wel toegeven dat dit onderwerp nooit echt mijn favoriet geweest dus ik zal wel iets over het hoofd zien)
Bij vraag 69: Hier moet ik ook een of andere verkeerde redenering gebruiken ik kom namelijk twee antwoorden uit.
Mij leek het dat zowel de AAbb x aaBB als aabb x AABB de parentale generatie kan voorstellen. En deze staan alle twee bij de keuzemogelijkheden. Waar zit ik dan fout in mijn redenering?
Alvast bedankt,
Yannick.
Puzzels