Als iemand met de snelheid van het licht in een auto rondtoert (theoretisch) en hij doet zijn lichten aan, ziet de bestuurder het licht gewoon voor zich uitstralen. Een waarnemer die aan de zijkant staat ziet geen licht voor de auto uit. Daar kan ik mijn gedachten nog wel omheen krijgen.
Waar ik het echter niet meer rond krijg is bij het volgende gedachte-experiment; Als de bestuurder nu op de waarnemer afrijd ziet hij de waarnemer dus in het licht staan, terwijl de waarnemer het licht pas ziet als hij door de auto geraakt wordt.
De auto rijd vanaf de zon in bijna 8 minuten en de waarnemer staat dan dus bijna 4 minuten in het licht van de koplampen. De eerste 4 minuten dat de bestuurder aan het rijden is is er niet veel aan de hand. De tweede 4 minuten moet hij echter met 2x de snelheid van het licht rijden om op hetzelfde moment bij de waarnemer te zijn.
Puzzels