Voor mijn Tentamens moest ik hoofdstukken leren over Koolstofbindingen, maar al gauw stuitte ik op een probleem:
In het boek stond de volgende reactievergelijking:
Allereerst mijn verontschuldigingen voor het niet weten hoe ik dergelijke symbolen invoer die nodig zijn bij een reactievergelijking.
CH3NH2 (aq) + H2O (evenwichtspijltjes) CH3NH3(+) + OH(-)
Nou snap ik niet hoe het kan dat er 4H's gebonden zijn aan het Stikstof-atoom N.
Na wat ik heb geleerd is de covalentie van Stikstof 3.
Zou iemand mij hier enige uitleg over kunnen geven?
Bij voorbaat dank.
Puzzels