Ik heb om eerlijk te zijn geen flauw idee hoe ik volgend vraagstuk moet oplossen..
Gen A komt in bladweefsel sterk tot expressie en de genA mRNAs maken 3 % uit van de totale hoeveelheid mRNA. GenB komt minder sterk tot expressie en het genB mRNA is slechts 0.3 percent van het totale mRNA. Een cDNA bank van bladmateriaal en een genomische bank van hetzelfde bladmateriaal wordt aangemaakt. De inserts van 1000 clones van de genomische bank vertegenwoordigen het ganse genoom. 1000 clones van elke bank worden gescreened met een probe afkomstig van een klein stukje ORF van A en B. Hoeveel clones in elke bank zullen er hybridiseren met probe A en probe B?
Een cDNA bank bevat complementair DNA aan het mRNA dat verkregen is door een reverse transcriptase.
Een genomische bank bevat naast het volledige genoom v/e organisme ook de bijbehorende promotors.
Er zijn 1000 klonen nodig om een volledig genoom op te stellen (hier zullen waarschijnlijk ook overlappende sequenties bij zitten).
Ik veronderstel dat bij de cDNA bank je gewoon 3% en 0,3% van 1000 mag nemen aangezien het cDNA eigenlijk oorspronkelijk mRNA was...
Maar wat doe je dan bij de genomische bank?
alvast bedankt
Puzzels