(Ik veronderstel dat het "vectorruimte"-gedeelte nu lukt?) Om de dimensie te bewijzen, is het het simpelst om een basis te zoeken en te bewijzen dat dit idd een basis. Bekijk hiervoor een willekeurige symmetrische matrix:
\(\begin{pmatrix}a & b \\ b & c\end{pmatrix}\)
met
\(a, b, c \in \rr\)
. Zie je nu geen voor de hand liggende keuze voor basis optreden?
Om dan te bewijzen heb je 2 dingen nodig (die zou je moeten kennen, maar ik zet het hier toch even voor de volledigheid):
-Elke symmetrische 2x2-matrix kan geschreven worden als combinatie hiervan. Maar dit zou je al moeten hebben uit bovenstaande.
-De matrices die je keuze tot basis zijn, moeten lineair onafhankelijk zijn.