zalmen kunnen een waterval overwinnen door tegen de stroom in naar boven te zwemmen. als de maximumsnelheid die een zalm t.o.v. het water kan halen 5 m/s bedraagt, bepaal dan de maximale hoogte van een waterval opdat de zalm nog naar boven kan zwemmen. bepaal tevens de snelheid van de zalm t.o.v. de grond bij het begin van een waterval met een hoogte van 1m.
opl: 1,3m en 0,6 m/s
het eerste deel van de vraag heb ik opgelost:
mgh = 1/2mv² --> m schrappen --> gh = 1/2 v² <=> h = (0,5 . 5²)/9,81 = 1,27 (= 1,3)
alhoewel ik het niet echt beredeneerd het, dt was het eerste dat me tebinnen schoot, en het bleek te kloppen...
het 2e deel lukt me niet.
het laatste wat ik geprobeerd had was:
1/2m(v1)² + mg(h1) = 1/2m(v2)² + mg(h2)
--> m schrapen -->
1/2 . 5² + 9,81 . 1,3 = 1/2 (v2)² + 9,81 . 1 <=> v = 5,55 m/s en kan dus niet... kan iemand me helpen met deze ?
bedankt,
Amber
Puzzels