Onze biologie docent leerde ons dat kleur veroorzaakt wordt door elektromagnetische straling van verschillende frequenties en dat een object met een bepaalde kleur alle golflengtes absorbeert behalve een bepaalde golflengte die dus de kleur veroorzaakt; die komt in onze ogen.
Tot hier leek de docent ook wel wat van natuurkunde te weten, maar hij kwam met de volgende stelling die mij tot heden dwars zit, luidt als volgt:
"Een gekleurd object is dus in werkelijkheid alle kleuren behalve de kleur van de golflengte die hij weerkaatst" Of te wel: Een plant is alles behalve groen.
Hier kan ik het niet mee eens zijn. Een kleur is namelijk een illusie. Onze hersenen interpreteren de golflengte en daar worden onze ogen voor gebruikt. Onze ogen vangen de uitgezonden golflengte en onze hersenen kunnen daar een kleur van maken. Een object die zo'n dergelijke golflengte uitzend krijgt dus een door onze brein bedachte kleur. Een object IS dus wel degelijk een kleur. Sinds wanneer is iets eigenlijk wat hij absorbeert? Deze docent zegt letterlijk dat een plant dus in werkelijk de kleur is die hij absorbeert, slaat nergens op. Ook IS een kleur toch niet elektromagnetische straling maar een eigenschap daarvan?
Natuurlijk begrijp ik zijn stelling wel, maar is het niet gewoon fout? Tot zover ik weet hebben alle leerlingen deze leer meegekregen en ik vraag wat jullie ervan vinden.
Graag een analyse van stelling en jullie interpretatie van kleuren en golflengtes.
irrelevant: schrijffouten mogen graag ook wel vermeld worden.
Puzzels