Hallo iedereen!
ik heb een probleempje i.v.m. een praktische proef. In een bodemstaal moeten we de urease-activiteit bepaling d.m.v. een ammoniakbepaling. 1 mL filtraat van het bodemstaal wordt gemengd met 9 mL gedestilleerd water en daarbij wordt gevoegd 3 mL natriumfenolaatoplossing en 3 mL natriumhypochlorietoplossing gevoegd. Dan wordt een spectrofotometische bepaling gedaan (naast het maken van een ijklijn). Mijn vraag is nu waarom bij 630 nm gemeten worden en niet bij een andere golflengte. Is dit omdat de extinctie maximaal is bij 630 nm of heeft dit nog een andere reden? en wat is het voordeel dan om bij een golflengte te meten die een maximale extinctie heeft. Ik dacht dat de fout hier minimaal was en dat interferenties dat ook zijn. Zijn er eigenlijk nog andere redenen?
Hopelijk kan iemand me helpen!
Alvast bedankt!
groetjes,
Stef.
Puzzels