Hallo!
Op school hebben we Conductometrie uitgevoerd.
Ons doel was kwalitatief de verandering van de geleidbaarheid bij het inleiden van CO2-gas in kalkwater meten, kwantitatief de verandering van de geleidbaarheid bij het toevoegen van zwavelzuur aan natronloog te meten en de molariteit van de onderzochte natronloog te bepalen.
We hebben hierbij het kalkwater resp. de natronloog met Pt-elektroden bij een constante spanning geëlektrolyseerd.
De uitvoering ging als volgt:
- Een portie kalkwater gefiltreerd.
- Opstelling gebouwd volgens fig.1.
- Een bekerglas van 250 mL voor de helft gevuld met leidingwater.
- Reduceerventiel van de CO2-fles op 0 gezet en de hoofdkraan open gedraaid.
- Het reduceerventiel op de juiste uitstroomsnelheid afgesteld zodat er wat belletjes uit het
inleidbuisje kwamen.
- Inleiden van het gas onderbroken.
- Bekerglas gevuld met 150 mL gefiltreerd kalkwater. Stroom zó ingeschakeld dat er ongeveer 40
mA stroom liep.
- CO2-toevoer door de oplossing aangezet en tegelijk de stopwatch aangezet.
- Gedurende 5 minuten om een bepaalde tijd te stoomsterkte genoteerd.
- Gasfles verwijderd en hiervoor in de plaats de buret met verdund zwavelzuur van bekende sterkte
geplaatst.
- 25 mL natronloog gepipetteerd in een bekerglas van 250 mL en met gedestilleerd water aangevuld
tot het metaal van de elektrode helemaal onder water stond.
- Een elektrolysestroom van ongeveer 40 mA ingesteld en de beginstroomsterkte genoteerd.
- De meting uitgevoerd door steeds 5 mL zwavelzuur toe te voegen en daarna de buret en de mA-
meter nauwkeurig af te lezen. Zo doorgegaan tot er 40 mL zuur was toegevoegd.
- Dezelfde proef nog drie keer uitgevoerd.
Nu is een vraag:
Hoe kunnen we de proef verbeteren?
Ik heb geen idee hoe. Kan iemand me een hint geven?
Puzzels