
Bovenstaande foto heb ik genomen uit mijn cursus ( ik weet niet of daar een copyright opstaat maar goed).
Het is een voorbeeld van polymorfisme, meer bepaald een bijzondere vorm van allotropie.
Ze spreken daar over 3 tripelpunten: ik weet dat een tripelpunt betekent dat 3 fasen naast elkaar kunnen bestaan, en ik weet ook dat bij toevoegen van de stabiele fase (rombisch) het metastabiel evenwicht (monoclien) naar stabiel evenwicht. Dan spreken we toch niet van een tripelpunt?
Ik begrijp de polymorfisme in het algemeen niet goed eigenlijk.
De vergelijking van clausius clapeyron geeft de verzadigde dampspanning weer in functie van de temperatuur: Hoe kan je uit een dampspanning een smeltcurve verkrijgen?
Nog een kleine laatste vraag: Kunnen jullie mij zeggen wanneer onderkoeling kan voorkomen?
Alvast Bedankt
Puzzels