Hallo!
Ik heb binnen enkele dagen herexamen chemie en ben dus volop aan het studeren. Maar er is nog een oefening in verband met coördinatiechemie die ik niet goed snap. Dit is de opgave:
Een Pt-verbinding heeft als minimale formule PtBr(en)(SCN)2en is diamagnetisch
(en = H2NCH2CH2NH2, bidentaat ligand).
(a)Verklaar waarom als chemische formule-eenheid voor deze verbinding eerder [Pt(en)2(SCN)2][PtBr2(SCN)2]wordt gebruikt.
(b)Bepaal de lading van kation en anion.
©Schets de mogelijke isomeren van het kation [Pt(en)2(SCN)2] x+. Kan het kation optisch actief zijn? Verklaar.
(d)Geef de elektronen-bezetting van de d-orbitalen van Pt in het kation.
Het is vooral punt a dat ik niet begrijp. Dit is de uitwerking van punt a zoals ik het staan heb op mijn computer:
(a)PtBr(en)(SCN)2-->1 bidentaat, 3 monodentaat-->coörd. getal 5 ? -->onwaarschijnlijk!
Dus: 2 verschillende Pt, één met CG 4 en één met CG 6 !
-->Complex is neutraal: Pt (III)-->75 e-->onwaarschijnlijk want complex is diamagnetisch !
Dus: één Pt(II)en één Pt(IV)-->2 complexen in één!
Kan iemand me uitleggen waarom een coördinatiegetal 5 onwaarschijnlijk is? En waarom mag je daar dan uit besluiten dat je 2 verschillende Pt moet gebruiken in je chemische formule?
Alvast bedankt!
Puzzels