We nemen een spoel, waar we wisselstroom doorheen jagen. In de spoel steken we een weekijzeren kern, die dus een wisselmagneet wordt. Aan weerszijden naast het uiteinde van de kern hangen we twee koperen pijpjes verticaal op, zo dat ze vrij kunnen draaien.
En dat gaan ze dan ook doen...........
Kijk, wat er aan de hand is lijkt mij voor de hand liggen: er moet een netto moment rechtsom ontstaan voor het pijpje op de foto vooraan naast de kern, het magneetveld staat gemiddeld loodrecht op het pijpje, er moeten dus per saldo verticale stromen lopen, eddycurrents, wat dan weer krachten oplevert waarvan het netto-resultaat een moment rechtsom levert. Draait het magneetveld om dan lopen ook die stroompjes andersom, maar in een andersom staand magneetveld geeft dat nog steeds een nettokracht in dezelfde richtingen. En het pijpje op de foto áchter de kern draait precies andersom. Dat lijkt me overigens heel logisch (maar mijn intuïtie heeft me al vaker bedrogen) . En ik heb het gevoel dat dit niet werkt als we een pijpje precies op de kop van de kern opstellen, en ook niet als we zo'n pijpje in een homogeen veld tussen de uiteinden van een hoefijzervormig gebogen kern plaatsen.
Hoe die eddycurrents lopen, en waarom precies zo dat ze dit effect geven, dat zie ik niet. En misschien zie ik het wel helemaal verkeerd.
Iemand die dit netjes uit kan leggen?
Puzzels