Ik had een vraagje i.v.m. kleurenblindheid.
Uit data blijkt dat deuteranomaly veel vaker voorkomt dan protanomaly.
Weet hiervoor iemand misschien een verklaring?
De achtergrond info: bij deuteranomaly zijn er 3 cones aanwezig, maar is de M-cone afwijkend: het is een hybride van een L- en M-cone. Bij protanomaly zijn er ook 3 cones aanwezig, maar is de L-cone afwijkend.
De L en M-cone liggen allebei op hetzelfde gen achter elkaar (eerst 1 L-cone en vervolgens 1 of meerdere M-cones) en zijn erg homoloog, vandaar dat ze makkelijk crossing over ondergaan.
Beide cones bestaan uit 6 exons en wanneer er crossing over gebeurt, kan er een hybride bestaan met deels L-deels M of deels M-deels L .
Het enige wat ik kan terugvinden over waarom een deuteranomaly vaker voorkomt is het volgende: om een protanomaly te hebben, moet je minstens 2 normale M-cones hebben tijdens de crossing over, terwijl voor protanomaly 1 M-cone voldoende is.
Dit begrijp ik echter niet..
Puzzels