Binnenkort moet ik als praktische opdracht een terugtitratie uitvoeren. Je hebt dan altijd te maken met drie stoffen. Simpelweg een stof waarmee je titreert, een stof waarvan je de concentratie wilt berekenen (bevindt zich in de erlenmeyer), maar dan: er is een derde stof aanwezig waarvan je een overmaat hebt. Het is mij niet helemaal duidelijk wat je precies met die stof gaat doen.
Als voorbeeld:
Pipetteer een ammoniumsulfaatoplossing in een erlenmeyer. Voeg natronloog toe (dit is een overmaat). Kook de oplossing en titreer vervolgens de overmaat natronloog met zwavelzuur.
Ammoniumsulfaat zit in mijn erlenmeyer, met zwavelzuur ga ik titreren, maar wat doe ik dus precies met die overmaat natronloog? Uiteindelijk is het dus de bedoeling dat je ook daarmee gaat titreren?
Ik heb geprobeerd de reactievergelijkingen op te stellen en dan kom ik uit op het volgende:
Ammoniumsulfaat + natronloog:
NH4+ + OH- > NH3 + H2O
Zwavelzuur + natronloog
H2SO4 + OH- > SO42- + 3 H3O+?
Dit bevestigt volgens mij mijn vermoeden dat ik tweemaal (dus met twee verschillende stoffen) titreer. Eén keer met ammoniumsulfaat en één keer met zwavelzuur?
Puzzels