Het moet toch opvallen dat men tegenwoordig de grootste moeite heeft met het juiste gebruik van de d's en t's op het eind van bepaalde typen werkwoorden, daar waar het de tegenwoordige en de voltooide tijden betreft? Mij valt het in ieder geval al langer op. En onder "men" vallen wat mij betreft ook veel van de hoogst opgeleiden en mensen die verder uitstekend kunnen schrijven, zonder verdere fouten, zoals journalisten in gerenommeerde dag- en weekbladen! (En dat het altijd maar weer zetfouten zouden zijn, maak je mij niet wijs.)
Ik doel op de werkwoorden die in deze tijden dezelfde beginletters houden, zoals die met be (beamen, beantwoorden), ver (veranderen, vermoeien) en ont (ontwaren, ontwarren), et cetera.
Een paar voorbeelden:
- Men heeft beantwoordt (in plaats van beantwoord);
- Als hij de vraag juist beantwoord (in plaats van beantwoordt);
- De bijsluiter vermeld die informatie niet (in plaats van vermeldt) en
- Het was niet alleen met Halloween, dat zij geesten heeft ontwaart (in plaats van ontwaard).
Laat en liet het taalonderwijs het een en ander maar lopen, met name in de onderbouw, en zo ja, zou er dan nog een keer actie op worden ondernomen, of moeten we de verklaring voor dit fenomeen elders zoeken? En weten/wisten de onderwijsgevenden als het daar gezocht moet worden het zelf altijd wel (zowel in de zin van het zelf beheersen als in de zin van het erop letten)? Of zeggen wij als maatschappij dat het allemaal wel prima is zo, mooi dat enkelen het constateren, maar verder, ach...
Puzzels