In het sterrenbeeld de Maagd werd in 1959 met de Parkes radiotelescoop een puntbron ontdekt. Waarschijnlijk ging het om een wat buitenissige ster en daarmee leek het niets buitengewoons. In 1963 observeerde de Nederlandse astronoom Maarten Schmidt met de vijf meter Mount Palomar telescoop het gebiedje waarin de puntbron was gevonden, en ontdekte daar in zichtbare golflengtes inderdaad een sterachtig object.
De spectraalanalyse van het licht echter bracht een enorme verrassing aan het licht; de roodverschuiving toonde aan dat de puntbron ongehoord ver van ons af moest staan, waarschijnlijk enige miljarden lichtjaren. Dat hield in dat de puntbron extreem veel straling moest uitzenden en dus absoluut geen ster kon zijn. Deze en gelijksoortige inmiddels ontdekte puntbronnen werden quasi-stellar radio sources, quasars, genoemd.
Lange tijd was er discussie over deze extreem heldere objecten, die vrijwel allemaal zeer ver van ons af staan en dus heel lang geleden in het vroege heelal hun enorme energie het heelal in stuurden. Metingen wezen uit, dat het inderdaad vrijwel puntbronnen moesten zijn, maximaal enkele lichtweken in diameter. En dat leverde een groot vraagstuk op; er was geen proces bekend dat in zo'n kleine ruimte zoveel energie kon ontwikkelen.
Inmiddels zijn meer dan 200.000 quasars bekend, en zijn de astronomen het er over eens dat quasars en black holes alles met elkaar te maken hebben. Bijna ieder sterrenstelsel blijkt in haar kern een superzwaar black hole te huisvesten, sommige zijn miljarden keer zo zwaar als onze Zon. Meestal zijn deze enorme massa's alleen indirect zichtbaar door vervorming van de ruimte en andere zichtbare zwaartekrachtinvloeden op de omgeving.
Maar als een black hole materie uit de omgeving verorbert, als het groeit, dan kan een quasar ontstaan. De invallende materie spiraalt steeds sneller naar de waarnemingshorizon en krijgt fantastische snelheden, die die van het licht kunnen benaderen. Een zogenaamde accretieschijf (in vorm gelijkend op de ringen van Saturnus) ontstaat rond de waarnemingshorizon van het black hole. De temperatuur van de materiemaaltijd loopt o.a. door onderlinge frictie in deze schijf tot fantastische hoogte op en de vrijkomende energie wordt in twee extreem energierijke bundels, die met de rotatie-as samenvallen het heelal ingejaagd.
Wijst zo'n bundel (jet) min of meer richting Aarde, dan zien wij een quasar.
Chandra Röntgen opname uit 2000 van quasar PKS 1127-145 op 10 miljard lichtjaar van de Aarde. De energiebundel is minstens een miljoen lichtjaar lang.
Enkele dagen geleden werd de ontdekking van een zeer bijzondere quasar bekend gemaakt:
Met behulp van een aantal grote telescopen in China, Arizona, Chili en Hawaii heeft een team onder leiding van Prof. Xue-Bing Wu (Peking University) een quasar ontdekt ontspruitend uit een black hole met een massa van maar liefst 12 miljard zonnen op de enorme afstand van 12,8 miljard lichtjaar.
Niet alleen is het daarmee een van de vroegste en zwaarste quasars ooit waargenomen, ook de hoeveelheid energie die het monster het heelal injaagt is ongekend hoog; ze is gelijk aan 430 biljoen zonnen. Een klein object geeft evenveel licht als 2000 sterrenstelsels tezamen. Nog niet eerder werd in een zo vroeg stadium van het ontstaan van het heelal een zo enorm groot actief zwart gat ontdekt.
De massa en helderheid van quasar SDSS J0100+2802 vergeleken met andere vroege quasars (Bron: Zhaoyu Li/Yunnan Observatory)
Hoe de het black hole, SDSS J0100+2802 genaamd, zoveel materie al zo kort na de oerknal kon vergaren verbaast de astronomen. 12,8 miljard jaar geleden is slechts 900 miljoen jaar na de oerknal, het is het tijdstip waarop de eerste reuzensterren ontstonden. De aggregatie van zoveel materie in die betrekkelijk korte tijd ligt tegen de limiet van de theoretische mogelijkheden aan.
Artist impression van een quasar. (Bron: Eso)
Om een indruk te krijgen van de fantastische hoeveelheid energie; als deze quasar op de afstand van Sirius, de helderste ster aan de hemel, zou hebben gestaan dan zou dat minieme sterrenpuntje op 8 lichtjaar afstand de Aarde verlichten met de kracht van 1700 zonnen.
Het tempo waarmee het black hole gevoed wordt met materie ligt in de orde van 1000 stermassa's per jaar, en iedere drie seconden wordt een aardmassa omgezet in pure energie die langs de bundels de ruimte wordt ingejaagd.
In de film Interstellar werd onder supervisie van Kipp Thorne met behulp van supercomputers deze realistische impressie gemaakt van een superzwaar black hole. De accretieschijf aan de achterzijde is door de vervorming van de ruimte door de immense zwaartekracht boven en onder de eventhorizon zichtbaar.
Onderzoek naar deze zelfs naar astronomische begrippen monsterlijke objecten en hun invloed op het ontstaan van sterrenstelsels en de andere grote schaal structuren is een actief wetenschapsgebied, omdat er steeds meer aanwijzingen zijn dat black holes en hun quasars daarbij een zeer belangrijke- mogelijk zelfs een hoofdrol spelen.
Wetenschappelijk paper:
Puzzels