Hoi,
Voor ons profielwerkstuk onderzoeken wij het verband tussen de geuren eucalyptus en citroen en het concentratievermogen.
Wij hebben in totaal zes eerste klassen (ongeveer 180 leerlingen) met hetzelfde schoolniveau opdrachten laten maken terwijl één van de twee geuren in het lokaal hing. De eerste dag hebben we twee groepen met de geur citroen getest en één controlegroep zonder geur, de tweede dag hebben we de geur eucalyptus en weer één controlegroep getest. De leerlingen de test op hetzelfde moment laten maken was organisatorisch niet mogelijk.
De test bestond uit een korte vragenlijst (bijv. of ze leerproblemen/leerstoornissen hebben etc), een opdracht waarbij ze uit drie rijen met getallen en letters de overeenkomende rij moesten vinden, nog eenzelfde soort opdracht, een opdracht waarbij ze op een blad met groepjes van stippen de stippen van vier moesten doorstrepen, dit filmpje: en als laatste rekensommen. Voor de opdrachten tot en met de stippen kregen ze vier minuten, voor de rekensommen ook vier.
We hebben nu alle resultaten verzameld, maar op het eerste gezicht zien wij geen groot verschil tussen de groepen en weten we niet zo goed hoe we verder moeten met het verwerken van de resultaten. Bovendien zijn sommige kinderen niet bij de opdracht met de stippen gekomen en hebben ze die dus helemaal fout. Dit heeft natuurlijk veel invloed op de gemiddelden. We kunnen ze echter niet uit de resultaten halen denken wij, omdat de snelheid waarmee je iets doet, ook te maken heeft met je concentratievermogen. (Het was namelijk heel goed mogelijk om die opdracht wel af te hebben.) Ook zagen wij grote verschillen in het gedrag van de klassen; sommige klassen waren heel druk, terwijl andere heel erg rustig waren, maar we kunnen natuurlijk niet concluderen dat dit door de geur komt.
Weten jullie misschien hoe wij verder moeten met het verwerken van de resultaten en welk soort statistiek wij moeten gebruiken?
Puzzels